Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

socialisten of andere voorstanders van de revolutionaire theoriën er mede bedoelen.

In onze toelichting tot art. 2 van liet Program is reeds gezegd, dat Gods Woord geen aanwijzing geeft omtrent den Staatsvorm. l>e Heilige Schrift zegt ons alleen, dat de Overheid is dienaresse Gods, dat zij regeert bij de gratie Gods, dat zij het zwaard draagt, dat zij te gehoorzamen is om Gods wil; maar hoe en door wien het Overheidsgezag wordt uitgeoefend, daaromtrent vindt ge in heel onzen Bijbel niets.

Het koningschap kan goed, maar ook eene republiek kan gewenscht zijn. Onder beide regeerings-vormen kan God tot zijn eere komen: en daartegenover, onder beide regeerings-vormen kunnen ook de ordinantiën des Heeren op zij geschoven worden.

I>e vorm zegt hier niets; wél en alleen de wijze waarop de Overheid zicli van haar taak kwijt, hetzij dat het Overheids-gezag berust bij een Koning als hier te lande of wel bij een Volksraad als vroeger in de Transvaal.

Welke vorm van regeeren de beste is, hangt af van den aard van het volk, van liet geslacht waaruit de koningen voortkomen en van de toestanden in liet land. Maar of er een Koning dan wel een Staatsbewind aan liet hoofd staat — voor de anti-revolutionairen staat het vast, dat er moet geregeerd worden bij de gratie Gods en aan Hem verblijft liet in den loop der historie of Hij over het ééne volk een koning wil stellen of aan het andere volk een zelfbestuur geven.

Stellen we nu de vraag: welke regeerings-vorm de beste is bepaaldelijk voor Nederland, dan is het antwoord bekend. Er is geen enkel anti-revolutionair, die liet koningschap onder Oranje niet met warmte voorstaat. Met dankbaarheid en liefde scharen alle anti-revolutionairen zich om hen, die, zoolang Oranje ons van God gegund blijft, van niets anders willen weten dan liet grondwettig koningschap.

Grondwettig koningschap — niet om daarmede te zeggen dat de Grondwet ons zoo voortreffelijk voorkomt, maar omdat ons volk eene historie achter zich heeft en die historie het bewijs levert dat Nederland steeds tuk is geweest op het behoud van zijn wettig verkregen vrijheden en rechten, die ook gedeeltelijk in de Grondwet zijn omschreven.

Sluiten