Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan moet hij door zijn oudsten zoon of door zijn oudste dochter worden opgevolgd — en, wanneer de prins of de prinses zeer jong is, mist men de waarborgen dat zij beschikken over de onmisbare administratieve of militaire bekwaamheden. En daarbij mag ook niet over het hoofd gezien worden, dat bij een dynastiek monarchaal gezag de hof-invloeden zeer verderfelijk zouden kunnen zijn.

Maar al moet op die gevaren, aan eene dynastie verbonden, gewezen worden — zoo kan toch ook niet ontkend worden, dat er zeer vele voordeelen aan verbonden zijn.

In eene republiek komt bij aftreding van den president telkens de meestal heftige partij-strijd over de keuze van een nieuwen president aan de orde, wat vooral in Noord-Amerika zeer ernstig is, waar bovendien bij het optreden van een nieuwen president alle ambtenaren ontslagen worden, zoodat het niet onbekend is dat zij, tijdens hun dikwijls korstondige betrekking, zooveel mogelijk geld binnen pogen te krijgen.

Bij eene dynastie daarentegen is de kwestie van regeerings-vorm buitengesloten; het land heeft dus niet te lijden onder de intriges van eerzuchtige personen en onder de woelingen in den boezem der natie, telkens wanneer de persoon moet worden aangewezen, die met het gezag zal bekleed worden — hetzij die persoon den titel van koning of dien van president der republiek draagt.

En daarbij komt nog, dat bij een erfelijk koningschap het God zelf is, die door geboorte ook den persoon aanwijst, die het hoofd van het Rijk zal zijn. Treedt een erfprins of eene erfprinses op, dan is de aanstelling niet van een Rijksdag of langs anderen weg verkregen, maar op eene wijze die het besef en den indruk bij het volk geeft, dat God alleen iets doet en dat Hij den vorst of de vorstin heeft aangesteld.

En dit nu geeft in de volks-conscientie den hechtsten steun aan het gezag.

Zulk eene dynastie nu bezit, door de goedheid Gods, ons vaderland. Toen in 1813 de Fransche heerschappij wankelde, wees schier heel het volk den in Engeland zwervenden Prins van Oranje als het hoofd van den Staat aan. Toen in 1849 Willem II stierf, sprak het van zelf dat zijn zoon hem opvolgde; en bij het overlijden van Willem III dacht niemand er aaii om aan zijn eenige dochter Prinses Wilhelmina den troon te betwisten.

Sluiten