Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„aanzienlijken en welgestelden," die op dienzelfden dag (2!) Maart) in de Groote Walenkerk bijeen waren om het feest van de Maatschappij tot }>nt van het Algemeen te vieren, beklaagden zich. Waarom? Omdat de Vorst, die deze samenkomst bijwoonde, voor „eenige oogenblikken zich moest verwijderen naar de Nieuwe Kerk", om daar de proclamatie voor de zoo pas door de 450 notabelen goedgekeurde Grondwet vast te stellen en te bekrachtigen! .

Zoo kwam onze eerste Grondwet, waarop de daarna gevolgde Grondwetten, en dus ook de tegenwoordige, rusten tot stand. Voor deze zonderlinge totstandkoming kou slechts ééne verontschuldiging worden aangevoerd. Deze, dat de natie zoo ontaard was van hetgeen onze calvinistische vaderen waren, dat uit haar midden niet eens een protest tegen de plechtigheid in de Nieuwe Kerk te Amsterdam opging. Eu deze eerste Grondwet beantwoordde op vele punten in haar inhoud, gelijk begrijpelijk is, aan de wijze waarop ze in het leven was geroepen, wat in een volgend hoofdstuk nader moge blijken.

Intusschen kan niet gezegd worden, dat het voor een Christen ondoenlijk was op haar den eed af te leggen. De Grondwetten of Staatsregelingen, die onder den druk van de Fransche heerschappij na 1795 waren ontworpen, gingen van beslist revolutionaire beginselen uit, wat niet van de Grondwet van 1814 kan worden gezegd. De Staatsregeling van 1 Mei 1798 diende zicli als volgt aan: „Het Bataafsche \ olk. zig vormende tot eenen ondeelbaaren staat, en beseffende, dat liet voorname bederf van alle Regeeringen gelegen is in de miskenning der natuurlijke en geheiligde regten van den Mensch en Maatschappij, verklaart de navolgende stellingen als den wettigen grondslag waarop het zijn Staatsregeling vestigt, en als zoovele regelen, waarnaar het zijne burgerlijke en staatkundige betrekkingen wil hebben gewijzigd."

De Staatsregeling van 1798 gaat alzoo uit van de rechten van den mensch, de bekende stelling der Revolutie, die de souvereiniteit Gods over al het geschapene verwerpt. Dat die Staatsregeling zuiver revolutionair was, blijkt ook uit stelling 10, luidende: ..Het Bataafsche volk, zijne belangen in persoon niet kunnende waarnemen, verkiest daartoe bij onderlinge overeenkomst, eene geregelde Staatsform en wel eene Volks-regeering bij vertegenwoordiging." Volkssouvereiniteit alzoo.

De Staatregeling van 1(5 October 1801 ging van dezelfde revolutionaire beginselen uit. Zonderling luidt daar art. 12: „Het

Sluiten