Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in art. 38 der Grondwet, wanneer de Koningin buiten staat geraakt de regeering waar te nemen. Immers, de Ministerraad dient alleen voor liet óverleg van de Ministers met de Koningin; en een besluit is alleen dan geldig, wanneer de Koningin daaraan baar goedkeuring hecht.

Ook in ons spreken over de Koningin, over haar Ministers, en over de Staten-Generaal belmoren wij anti-revolutionairen te zijn; en daarom ook is het steeds noodig die tweeheid van Volk en Overheid duidelijk en klaar zich voor te stellen. Men wake dus er voor, dat men onder ons de Staten-Generaal niet noeine „wetgevende macht," noch een Ministerie aanduide als „deze" of „de vorige regeering".

Nu zegt artikel 8 van ons Program, dat de anti-revolutionaire partij „verlangt bevestiging van den rechtmatigen volks-invloed, die. krachtens den zedelijken band tusschen kiezers en gekozenen, door de Staten-Generaal, naar eisch van onze historie, op het Staatsgezag wordt uitgeoefend."

Het volk moet alzoo niet alleen invloed hebben door zijn kiesrecht, door zijn pers, door zijn recht van petitie (smeekschrift), door 'zijn vereenigingsleven; — maar er behoort te zijn een zedelijke band tusschen kiezers en gekozenen. Dat wil zeggen: de Volksvertegenwoordigers staan maar niet los van de kiezers. Niet in den zin, alsof de Kamerleden een lastbrief moeten krijgen, maar zóó opgevat dat zij de beginselen hunner kiezers belijden en dat zij zedelijk verplicht zijn 0111 naar die beginselen de daden en de maatregelen der Regeering te bevorderen, te bestrijden of toe te juichen.

Wanneer zöö de roeping van de Overheid en van de StatenGeneraal door ieder werd opgevat, er zou minder aanleiding zijn tot conflicten. En bovendien, er zou ook meer eerbied voor het gezag bestaan. Door toch de Overheid te verlagen tot dienaresse van het Parlement, wordt het gezag vernederd in de oogen des olks.

Niet het Parlement (de Staten-Generaal) is Overheid, want dan krijgt men eene parletnentaire monarchie. Maar de Koningin met haar Ministers alleen Overheid; en naast of tegenover de Regeeting Staten-Generaal, die met beslistheid opkomen voor het Volk.

Minister-Kamerlid-

Mag een Minister ook lid van de Tweede of Eerste Kamei zijn i

De Grondwet laat het zeker toe. Art. t)(i zegt, dat een lid van de

Sluiten