Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de politiek houdt men er niet zelden andere opvattingen op na, en worden zulke handelwijzen goed gepraat.

En hier, n.1. in de vergadering van de Eerste Kamer op 30 Januari 1890, was de politiek, maar in de leelijke beteekenis er van, aan het woord. Om de politiek, om politieke redenen werd de begrooting van Minister Keuchenius — de lezers zullen liet reeds geraden hebben, dat niemand anders liet was — verworpen. Om politieke redenen, maar het waren liberalistisch politieke redenen. De liberale partij had een afkeer van Keuchenius. Er was wel niets op zijn beheer aan te merken; integendeel men roemde zijn groote kennis van Indische toestanden; maar hij was te godsdienstig, al te gekleurd anti-revolutionair. Daarom zou de liberale partij hem zoo gaarne zien „afgezet." Doch in de Tweede Kamer kon die partij dat niet. Zij was daar in de minderheid; anti-revolutionairen en roomsch-katholieken vormden er toen de meerderheid; en deze meerderheid dacht er niet aan om haar vertrouwen aan dien Christen-bewindsman te ontzeggen.

De liberalen stemden ook in de Tweede Kamer tegen vermeld hoofdstuk; doch hun getal was te gering. Wat nood! De liberalen waren in de Eerste Kamer in de meerderheid; en dus zou het daar gebeuren. Zoo geschiedde het dan ook.

Hoofdstuk X (loopende voornamelijk over de traktementen der ambtenaren aan het Departement van Koloniën) werd verworpen. Aan de ambtenaren konden alzoo de traktementen niet worden uitbetaald, tenzij er een ander Minister kwam om opnieuw dat Hoofdstuk voor te stellen.

Zoo werd Koning Willem III gedivongen om Mr. Keuchenius als Minister te ontslaan.

Begrijpt men nu wat onder „verwerping van begrootingen, om redenen buiten die begrootingen gelegen", te verstaan is; wat de beteekenis is van art. 9 van ons Program?

De geschiedenis met Mr. Keuchenius blijft eene duidelijke toelichting voor allen, die dat artikel niet verstaan. Zulk eene verwerping om politieke redenen achten wij revolutionair, is eene toepassing van een staatsrecht, dat zich niet houdt aan de Grondwet of Constitutie, maar aan een streven om de Kamers (Parlement) baas te laten spelen over de Regeering. Dat is geen constitutioneel staatsrecht, maar een zuiver parlementair staatsrecht, waartegen

Sluiten