Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gadering) en op den eersten Dinsdag der maand November (lierfstvergadering). Deze gewone vergaderingen duren ten minste veertien dagen, tenzij de Staten tot het tegendeel besluiten. De leden genieten reis- en verblijfkosten; zij, die wonen in de hoofdstad der provincie, waar de Staten vergaderen, ontvangen niets.

Onder den weidschen titel: „Van de macht der Provinciale Staten" worden in een zestal hoofdstukken de bevoegdheden der Staten aangegeven. Heel veel beteekent die macht intusschen niet. De Staten hebben zorg te dragen voor provinciale wegen en werken, die in den regel niet van groote beteekenis zijn. Afgezien daarvan zijn de Staten feitelijk een instituut of instelling voor het verleenen van subsidiën aan allerlei ondernemingen van verkeer en van onderwijs, aan vereenigingen tot bevordering van landen tuinbouw.

Een groot verschil met vroeger, toen de Staten der provinciën zich „souverein" gevoelden en het ook werkelijk waren. Men herinnere zich slechts de groote macht, die de Gewestelijke Staten van de 16de tot het het eind der 18de eeuw bezaten, toen de Staten van Holland den toon aangaven niet slechts voorde Vereenigde Nederlanden, maar nu en dan ook voor Europa. Nu zal wel niemand wenschen, dat aan de Provinciale Staten die macht wordt hergeven; maar dat zij thans zoo weinig beteekenen, kan toch moeielijk in overeenstemming worden gebracht met onzen wensch naar decentralisatie. De macht, die de Gewestelijke Staten vroeger bezaten, is grootendeels overgegaan op den Staat; en nu zal wel geen enkel anti-revolutionair het vreemd vinden, dat de Standaard (25 Nov. 1878) de stelling bepleitte, dat de bevoegdheden der Staten behoorden uitgebreid te worden in dien zin, dat alles wat binnen den kring van liet gewest afloopt, ook in dat gewest moet worden afgehandeld ; buurtspoorwegen, groote polders, heemraadschappen, kleine rivieren en kanalen, normaalscholen, middelbare scholen en gymnasia, de veldvvacht. Dat alles kon, naar het oordeel van het hoofdorgaan onzer partij, aan het centraal gezag worden onttrokken om het te brengen onder de provincie.

Of eene dergelijke decentralisatie ooit zal worden bereikt, is te betwijfelen. Er is veeleer een streven naar uitbreiding van de Staatsmacht te bespeuren en tegen dien stroom op te roeien, is voor eene partij als de onze, die over niet vele deskundigen te

Sluiten