Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschikken heeft, een schier hopeloos werk. Begrijpelijk is het daarom, dat bij de Staten-verkiezingen zelden gesproken wordt over den arbeid van dat college, maar dat het alsdan over heel iets anders loopt: over de samenstelling van het College der Gedeputeerde Staten en over die van de Eerste Kamer.

Het college van Gedeputeerde Staten bestaat in iedere provincie uit zes leden, behalve in Drenthe, waar het college slechts vier leden telt. Die leden hebben zes jaar zitting, worden dooide Provinciale Staten gekozen en genieten in de meeste provinciën eene bezoldiging van ten hoogste f 2000. Zij mogen geen bezoldigde lands- of provinciale betrekking bekleedeu, noch hoogleeraar, onderwijzer, notaris, advocaat, burgemeester of lid van den Gemeenteraad zijn. Aan dat college is de dagelijksche leiding en uitvoering van zaken opgedragen (art. 139 der Grondwet); doch van veel meer beteekenis is wat het voor het Rijk heeft te verrichten krachtens onderscheidene Landswetten. Ten opzichte van liet laatste zijn de Gedeputeerde Staten geen verantwoording verschuldigd aan de Staten; iets, waaruit weer blijkt, dat Provinciale Staten ook in dit opzicht niet veel meer dan eene stemmachine zijn. Het spreekt intusschen van zelf, dat waar in zekeren zin liet toezicht op de uitvoering der wetten aan Gedeputeerde Staten is opgedragen, het niet onverschillig voor onze partij is wie in dat college zitting hebben. Vandaar dan ook, dat bij eene omzetting van Provinciale Staten in onzen geest ook de Gedeputeerde Staten in die omzetting deelen.

In nog grootere mate zijn de Provinciale Staten „stemmachine" voor de Eerste Kamer. Volgens artikel 82 der Grondwet worden de leden der Eerste Kamer verkozen door de Provinciale Staten in de volgende verhouding: Noord-Brabant 6, Gelderland li, Zuid-Holland 10, Noord-Holland 9, Zeeland 2, Utrecht 2, Friesland 4, Overijsel 3, Groningen 3, Drenthe 2 en Limburg 3; samen 50 leden.

De belangstelling, die bij de Statenverkiezingen zich openbaart, is, gelijk uit het bovenstaande nu wel duidelijk zal zijn geworden, niet toe te schrijven aan de „macht" van dat college, maar aan de omstandigheid, dat zij de leden van de Gedeputeerde Staten en bovenal de leden van de Eerste Kamer verkiezen. Daarom ook hebben de Statenverkiezingen een politiek karakter.

Sluiten