Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geestelijkheid en de poorters, ook wel aangeduid onder deze namen: de ridderschap, de geestelijkheid en de burgerij of derde stand — hadden invloed op het bestuur van het gewest, waarin zij woonden. En aangezien zij niet, als vroeger toen de Germanen nog niet niet het Christendom in aanraking waren gekomen, gezamenlijk op de eene of andere gewijde plaats met hun opperhoofd konden vergaderen, werden door ieder der drie standen afgevaardigden aangewezen, die eerst ongeregeld, later op meer bepaalde tijden te zamen kwamen om te beraadslagen over de balen, dat wil zeggen: over het verzoek van den landsheer om belastingen te mogen heffen, ten einde uit de opbrengst daarvan te kunnen bestrijden de kosten van een oorlog of van andere ondernemingen. Het spreekt van zelf, dat de afgevaardigden der drie standen hierbij telkens gelegenheid vonden om het geheele beleid van den landsheer te bespreken, soms aan scherpe critiek te onderwerpen. En bij die critiek onderscheidden zich weldra liet meest de afgevaardigden van de poorters of de steden, 0111 deze eenvoudige reden dat de adel niet veel meer dan het zwaard kon aanbieden, terwijl de steden zoo goed als alleen zorgden voor de opbrengst der belastingen. Gevo daarvan was, dat de afgevaardigden der steden, afkeerig als zij waren, als afstammelingen van de vrijheidlievende Germanen, van dwang en willekeur, telkens er op uit waren om aan de veelszins onbeperkte macht van den landsheer zekere grenzen te stellen, en op die wijze eenige voorrechten of privilegiën voor de steden te verkrijgen.

I)e hertogen van Brabant en Gelre, de graven van Holland en Zeeland en Vlaanderen hadden met die afgevaardigden van de drie stenden of staten alzoo terdege rekening te houden, gelijk dan ook de geschiedenis bewijst. De samenkomst van die afgevaardigden werden stenden of staten genoemd; niet dat zij de staten waren, maar zij werden aldus aangeduid, omdat zij de drie standen, stenden of staten vertegenwoordigden. Vandaar dat men sprak van Staten van Brabant, van Staten van Holland enz.

Toen nu onder Philips van Bourgondië de Xederlaiulsche gewesten allengs onder één vorst waren gekomen, lag het in den aard der zaak, dat de Staten der onderscheidene gewesten behoefte gevoelden met elkander in overleg te treden, 0111 zoo noodig gezamenlijk den vorst van raad te dienen, of ook 0111 gezamenlijk zich tegen een of anderen

Sluiten