Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatregel van den Vorst te verzetten. Ook de Vorst stelde er prijs op, de drie standen van al zijn gewesten 0111 zich te verzamelen. Wat deed men nu? De Staten van Holland, Zeeland, Gelre, Vlaanderen, Brabant enz. zonden uit hun midden afgevaardigden naar Brussel of eene andere stad, teneinde daar met den Vorst over de gemeenschappelijke belangen der gewesten te handelen. De samenkomst van de afgevaardigden der gewestelijke of provinciale staten werd genoemd: A/gemeene of Generale Staten, ook wel Staten-Generaal.

De afwerping van het Spaansche juk en de Unie van Utrecht in 1579 brachten daarin wel eenige verandering. Van afvaardiging van den stand of staat der geestelijkheid kon toen geen sprake meer zijn. Feitelijk traden nft. dien tijd alleen de standen der ridderschap en der poorters of stemhebbende steden op. De Unie van Utrecht was iets voorloopigs; de regeling, die zij van het bestuur der vrijgevochten gewesten had ontworpen, zou door eene andere, eene definitieve moeten vervangen worden. En dit zou ook geschied zijn, indien Oranje Graaf van die gewesten was geworden, wat echter door zijn dood in 1584 niet werd verwezenlijkt. Sinds bleef de voorloopige regeling van de Unie van Utrecht van kracht; en gevolg daarvan was, dat er van eene wezenlijke vertegenwoordiging der twee standen — ridderschap en steden — geen sprake was. Immers, de vroedschap of gemeenteraad van de steden vulde zich zelve aan; de burgerij zelve had geen kiesrecht. De vroedschappen der stemhebbende steden kozen de afgevaardigden voor ieder gewest: de provinciale Staten van Holland, van Zeeland, van Utrecht, van Gelderland enz. De provinciale Staten wezen op hun beurt aan de leden voor de Algemeene Staten of Staten-generaal.

Het ergste was, dat de taak van de Provinciale en van de Algemeene Staten niet behoorlijk was omschreven. De gevolgen daarvan bleven niet uit, zoodra de Republiek der Vereenigde Nederlanden niet meer voor haar onafhankelijkheid had te strijden en het geslacht der Oranjes in de mannelijke linie met Willem III (1702) was uitgestorven. Vele zaken bleven onafgedaan; omkooperij was aan de orde van den dag; regeeringloosheid was meermalen te bespeuren. Er was alzoo alleszins reden 0111 verandering te wenschen; doch, zooals hiervoor is gezegd, die verandering wilden de Oranje-klanten en de Patriotten met de democraten niet in de ontwikkeling der historische lijn. Het vertrek van Stadhouder

Sluiten