Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel XII.

De Antirevolutionaire of Christelijkhistorische richting wil dat de Staat (voor zoover ontstentenis van veerkracht bij de burgerij hiertoe niet noodzaakt) het beginsel late varen, alsof de overheid geroepen zou zijn om van harentwege onderwijs te doen geven; voorkome dat de overheidsscholen. voor zoover noodig. tot propaganda van godsdienstige of tegen den godsdienst gekeerde begrippen misbruikt worden; en alzoo ook in zake onderwijs aan alle burgers, onverschillig welke hun godsdienstige of paedagogische zienswijze zij, gelijke rechten gunne.

De Volksschool vóór J 848.

De anti-revolutionaire partij heeft een langen, zwaren strijd tegen de bevoorrechting van de staatsschool achter zich. De vraag is wel eens gerezen, of zij zich met die kwestie niet al te druk heeft gemaakt, daar het scheen alsof zij eene onderwijs- of schoolpartij geworden was en geen oog had voor andere vraagstukken. Inderdaad werd tot liet stellen van die vraag in de jaren vóór 1890 wel eenige aanleiding gegeven. Het was onderwijs en school, en nog eens school en onderwijs; en tijd om zich ernstig bezig te houden met andere onderwerpen, die tocli ook de aandacht van ons, anti-revolutionairen, verdienden, scheen er niet te zijn.

Wat te vreezen was, gebeurde dan ook. Toen de schoolkwestie door de wet-Mackay tot eene gedeeltelijke oplossing was gekomen, bleek de anti-revolutionaire partij in haar geheel niet in staat te zijn 0111 te beantwoorden aan de eischen welke door de veranderde omstandigheden aan haar en aan andere partijen gesteld werden Ze had dit trouwens gemeen met roomsch-katholieken en liberalen. Gevolg

Sluiten