Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tintelde van warmte en geestdrift voor de zaak van liet recht. Weldra stond hij krachtig Groen van Prinsterer ter zijde in zijn strijd tegen de achteruitzetting van de bijzondere school. Doch eerst nadat de Standaard was opgericht, 1 April 1872, werd met de toenemende krachtsontwikkeling der anti-revolutionaire partij ook de schoolstrijd op politiek terrein naar wel overlegd plan gevoerd. Voortaan zou de tegenstander rekening met die partij moeten houden, vooral ook nadat al meer de oogen voor de rooinsch-katholieken werden geopend voor gevaren, die de openbare school ook voor hen had.

Toch gaf de wederpartijder geen kamp. Het liberalisme dacht er niet aan om toe te geven, om te erkennen het goed recht van de bijzondere school, dat wil zeggen: het goed recht van het christelijk volksdeel, dat verreweg de meerderheid der natie uitmaakte. Weldra klonk het van de Ministerstafel: de minderheden moeten maar onderdrukt worden, want zij zijn de vlieg, die de apotheker-zalf bederft. De schoolwet-Kappeijne (1878) was het antwoord op de protesten van Dr. Kuyper en zijn geestverwanten tegen het schandelijk onrecht, hun aangedaan. In die schoolwet werd, hoelang onzerzijds ook de strijd reeds gevoerd was, in geen enkel opzicht tegemoet gekomen aan onze rechtmatige grieven. Volgens die schoolwet zou het openbaar onderwijs zeer worden uitgebreid en versterkt: en natuurlijk was daarvan te verwachten groote vermeerdering der uitgaven en dus aanzienlijke verhooging der belastingen. Het onrecht zou daardoor nog hatelijker worden; en zeer juist noemde Dr. Kuyper de wet dan ook „de scherpe Ee sol ut ie."

Thans was het oogenblik aangebroken, naar men meende, om met een smeekschrift tot den Koning te naderen. In de vergadering van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, 2 Mei 1878 te Utrecht gehouden, werd door de heeren Kuyper, De Savornin Lokman en Prof. de Geer eene motie ingediend, waarin zij voorstelden, dat de vergadering eene commissie zou benoemen van drie leden, ten einde met den Voorzitter, den secretaris en den penningmeester der Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs zich te constitueeren tot een comité voor een Volks-petUionnement, in last hebbende om de Vereeniging voor Gereformeerd Onderwijs en de Vereeniging van Christelijke Onderwijzers uit te noodigen met hen saam te werken en elk eeu lid, te Amsterdam woonachtig, aan het Comité toe te voegen. Aan dit Comité werd dan opgedragen de

Sluiten