Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest de regeering dat schoolgeld voor hen betalen of liet ontbrekende bijpassen.

5o. „Toekenning aan gemeenten van meerdere vrijheid, om het lager onderwijs naar de locale behoefte in te richten." (Stelsel van gemeentelijke autonomie).

tio. „Bezoldiging uit 's Rijks schatkist van alle onderwijzers in werkelijken dienst met het door de wet te bepalen minimum." (Stelsel van salariëering).

Door de aanbieding en de ontwikkeling van deze stelsels hadden de vrienden van de school met den Bijbel duidelijk te kennen gegeven, dat er wel ter dege eene oplossing voor de moeielijkheden was te vinden, als men maar wilde. Dit te hebben aangetoond, was zeker niet zonder beteekenis.

In de tweede plaats was en bleef het Volks-petitionnement van beteekenis, omdat daaruit is ontstaan de Vereeniging De TJnie ..Eene school met den Bijbel.' Om het Volks-petitionnement te doen slagen, waren in alle genieenten, zoo mogelijk, locale Comité's opgericht. En deze Comité's vereenigden zich op 23 Januari 1879 te Utrecht tot eene Unie. Voorzitter werd Mr. de Savornin Loliman; en voorts werden tot leden van het eerste Bestuur gekozen: J. Voorhoeve H.Czn. (penningmeester), R. Derksen (secretaris), W. Hovy, Dr. Gerth van Wijk, Prof. Noordtzy, Dr. A. W. Bronsveld, Ds. A. van Toorenenbergen, Ds. H. Pierson, Prof. de Geer, Dr. Kuyper, Ds. H. Beuker en W. M. Oppedijk. Eere-Voorzitter: Elout van Soeterwoude. Bij de bespreking der artikelen van de Statuten werd opgemerkt, dat het doel der Unie niet was eene politieke vereeniging te zijn. „Evenwel", zeide de Voorzitter (Mr. Loliman), „ieder onderdrukt man verzet zich en wordt daardoor politiek man; als oude Geuzen vragen wij recht en verzetten ons, als men ons dwingt tot iets tegen onze conscientie". Besloten werd alle jaar, zoo mogelijk op 17 Augustus — den dag, waarop de Koning de wet had geteekend — in alle gemeenten eene extra-collecte voor de scholen met den Bijbel te houden.

En eindelijk, in de derde plaats, is en blijft het Volks-petitionneinent van beteekenis, omdat daardoor de liefde en de offervaardigheid voor het Christelijk onderwijs werden verhoogd en de belangstelling voor de publieke zaak, voor de zaken van land en volk, werd vermeerderd. Dr. Kuyper had bij de toelichting van

Sluiten