Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtspraak" moet worden verstaan. Als waarborg voor zijn onafhankelijkheid is de rechter onafzetbaar, dat wil zeggen: hij mag niet ontzet worden uit zijn betrekking om een vonnis, dat aan de Overheid mocht mishagen.

Onafhankelijk moet de rechtspraak zijn, doch verder zooveel mogelijk „in verband staan met het zedelijk rechtsbesef der natie". Dit betreft een punt, waaromtrent nog al verschil van gevoelen bestaat.

Dat de rechtspraak in overeenstemming is met het rechtsbesef van eene Christelijke natie, daartegen zal wel geen enkel Christen zich verzetten. De vraag is maar, hoe die overeenstemming te verkrijgen. Zorg, dat het Strafwetboek, het Burgerlijk Wetboek en alle wetten, waarin strafbepalingen voorkomen, in orde zijn — zal men zeggen. En zeker: wanneer de Regeering met de StatenGeneraal voortbouwen op de Christelijke grondslagen van ons volksleven, dan kan dat ook wel. Daarom is het in de ernstige tijden, die wij beleven ten opzichte van de opvattingen over straf en schuld, zoo hoogst noodzakelijk, dat het Christelijk element in de beide Kamers der Staten-Generaal overwegend blijft. Niet maar alleen om meer dubbeltjes te ontvangen voor onze Christelijke scholen, maar bovenal om door goede wetten eene rechtsbedeeling te behouden of te verkrijgen, die rust op. de eeuwige beginselen van Gods Woord, op de ordinantiën Gods.,Want 'iet spreekt toch wel van zelf, dat wanneer de leerstellingen van ongeloovige wijsgeeren, — die zoo nu en dan openbaar worden en dan ieder, die vasthoudt aan de Christelijke religie, doen opschrikken — veld winnen, de nawerking daarvan zich ten slotte moet vertoonen in de wetten des lands, dus ook in de vaststelling van het recht, waarnaar vonnis moet worden uitgestoken. Tot heden zijn de liberalen, ook al hebben ze onderwijs gehad' van radicaal-ongeloovige professoren, vrij wel gehecht gebleven aan de oude opvattingen, althans in de practijk. Doch de beginselen werken door; de consekwentie laat geen rust en straks eischt ze, dat ieder die met de Openbaring gebroken heeft om de Rede te dienen, nu ook bij de regeling van de rechtspraak toone van andere beginselen uit te gaan dan de mannen van Christelijke religie.

Intnsschen wordt met het verlangen dat de rechtspraak „in verband sta met het zedelijk rechtsbesef der natie" nog iets anders verstaan. Namelijk, dat de regeling voor de rechtspraak zich meer aansluite bij de praktijk van het leven. In „Ons

Sluiten