Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voelt men niet, welk eene streelende leer dit was voor de mensclielijke natuur? Nu toch was de menscli niet meer, zooals de Catechismus leert, van nature geneigd tot alle kwaad: maar, in het zedelijke, een klein, goed gezind kind, dat met vallen en opstaan eindelijk wel flink op zijn beenen terechtkomt. Zoo hebben dau ook de moderne predikanten het gepredikt, en een groot deel der beschaafden hebben liet geloofd; en, vooruitloopende op de leer van Lonibroso, heeft men toen alvast besloten, dat de doodstraf — die door Gods Woord geëischt wordt (Gen. 9: <>: Rom. 13:4) — moest worden afgeschaft. „Moordenaars" waren er eigenlijk niet; en daarenboven, de humaniteit, waarmeê men toen dweepte, eischte dat den booswicht tijd gegund werd om zich te beteren. Geen doodstraf dus, maar twintigjarige celstraf bijvoorbeeld. Misschien wordt hij dan nog eens, teruggekeerd in de maatschappij, een nuttig burger!

Zoo was men het er dan over eens, dat Pelagius en niet Augustinus gelijk had ; en alzoo was de menscli niet in zonde ontvangen en geboren, en van nature niet geneigd God en zijn naaste te haten.

Humaniteit, verbetering, hervorming, altruïsme, leven voor den naaste, riep een volgend geslacht; en dit werd nu liet wachtwoord der philantropen. Onderwijs ! onderwijs ! viel een beroemd man in. Al wat ge aan scholen uitgeeft, haalt ge op de gevangenissen uit. Doch inmiddels werd het er niet beter op. ^ oor het onderwijs werden millioenen bij millioenen uitgegeven, doch tevens vermeerderden ook de uitgaven voor de gevangenissen, wier aantal klein en wier ruimte te gering werd om al de „misdadigers op te kunnen nemen.

Waarlijk, Prof. Opzoomer had wel reden om op z'n ouden dag de stelling in te trekken. Een zwarte plek toch bleef er aan dezen Pelagiaanschen blauwen hemel, dien de weerkenners met den besten wil niet konden loochenen. Telkens doken er van die geraffineerde moordenaars op, die door hun ijzingwekkende gruwelen de maatschappij het bloed in de aderen deden stollen. Ln dan vroeg men zich af: Zijn dit menschen? Menschen als wij, beschaafd en zedelijk, vervuld van liefde tot den naaste, te hoog ontwikkeld 0111 niet te weten dat men zijn evenmensch geen kwaad doet i Of zijn het.... dieren; wezens in wie de overgang van het dier tot

Sluiten