Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betuigende, dat Hij nog hedendaags aan een iegelijk zijn huisvrouw als met eigen hand toebrengt." Door die toebrenging van twee bepaalde personen, door God als met eigen hand bewerkstelligd, verkrijgt het huwelijk de geestelijke beteekenis, welke het echtpaar ook vleeschelijk tot eene volkomen eenheid maakt.

Het is bekend genoeg, dat zij, die willekeurige echtscheiding mogelijk willen maken door andere bepalingen in de wet, zich op de aartsvaderen beroepen, wanneer men hen verwijst naar den Bijbel. De aartsvaders toch hebben zeiven het ongeoorloofde der polygamie en der polygymie nog niet verstaan. ') Wel werd er tegen gewaarschuwd — Deut. 17 vs. 17: „ook zal hij voor zich de vrouwen niet vermenigvuldigen, opdat zijn hart niet afwijke" — doch de veelwijverij nam bij de vorsten en aanzienlijken, men denke aan Salomo, een bedenkelijken omvang aan. Intusschen wordt herhaaldelijk in het Oude Testament, met name in de boeken der z.g. kleine profeten, gewezen op de heiligheid van het huwelijk en het oordeel des Heeren aangekondigd tegen een ieder, die zich aan hoererij schuldig maakt. Ezechiël 10, Hosea 2 vs. 19, waarin liet huwelijk .wordt voorgesteld als een zinnebeeld van de verhouding van God tot Zijn volk; vooral Maleachi 2 vs. 14 en 15: „Gij nu zegt: Waarom? Daarom, dat de Heere een Getuige geweest is, tusschen li en tusschen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin en de huisvrouw uws verbonds is. Heeft Hij niet maar eenen gemaakt, hoewel Hij des geestes overig had? En waarom maar dien eenen? Hij zocht gen zaad Gods. Daarom wacht u met uw geest, en dat niemand trouwelooslijk handele tegen de huisvrouw zijner jeugd". — Toch kon het beginsel der monogamie (huwelijk met ééne vrouw) slechts langzaam tot vastheid komen. Nog in de dagen van Paulus trof men de polygamie aan. Ook in de eerste Christelijke gemeente, gelijk blijkt in 1 Tim. 3 vs. 12, dat de diakenen moesten gekozen

1) Men pleegt te onderscheiden polygamie, het aangaan van meer dan één huwe lijk tegelijk en polygymie, het hebben vnn bijwijven nevens de vrouw, met welke men door een huwelijk verbonden is. Abraham beoefende dus de polygymie. Jacob tevens de polygamie. (Mr. H. J. Koene n, Eet Recht iu deu kring van het Gezin, bl. 72. Op dit belangrijk werk inag ook hier wel de aaudacht gevestigd worden).

Sluiten