Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen kan komen, wordt gespeeld en geloot. En de Overheid doet daartegen niets. Op de badplaats Scheveningen, zooals trouwens op alle andere badplaatsen in het buitenland, wordt zelfs druk gespeeld. In het Kurhaus, op liet Wandelhoofd en op andere openbare plaatsen wordt de gelegenheid opengesteld om met eene „kleinigheid" groote winsten te behalen. Het gevolg is, dat er zeer velen inloopen, dat de zondige hartstocht voor het spel wordt opgewekt, maar ook dat de ondernemers van dat spel na afloop van het bad-seizoen met groote winsten de badplaats verlaten. Zij zijn verrijkt; de spelers zijn, met eene zeer enkele uitzondering, armer geworden. En dit is van te ernstiger beteekenis, nu het spel, vroeger zich bepalende tot vermogenden of fortuin-zoekers, zöö is georganiseerd, dat de inzet gering is en dat daardoor de kleine man er ook aan kan doen. Het spel op het Wandelhoofd te Scheveningen heeft op die wijze niet te beschrijven ellende veroorzaakt in tal van werkmansgezinnen; en pogingen van de zijde van het Gemeentebestuur van 's Gravenhage om daaraan een eind te maken stuitten af op de uitspraak van den rechter: dat het hier niet is een hasa>*<f-spel, maar een jeu d' adresse, d. w. z. een spel, dat met eenige behendigheid en oefening gewonnen kan worden, welk spel niet door de wet wordt verboden.

Hieruit blijkt hoe noodzakelijk het is om bij de wet alle spel — /msrtrrf-spel of zoogenaamd jeu d' adresse — op openbare plaatsen ten strengste te verbieden. Doch hoe kan van de hooge Landsoverheid iets dergelijks verwacht worden, zoolang de Staats-loterij wordt bestendigd? Onbegrijpelijk moet het wel voor ieder eenvoudig Christen zijn, dat niet alle Christelijke partijen zich tegen de bestendiging van de Staats-loterij verzetten. Het is toch zoo klaar als de dag, dat de Staat of wil men de Overheid waarlijk niet de roeping heeft als ondernemer van loterijen op te treden en geld te verdienen uit de zucht van sommige menschen om hun „geluk" te beproeven.

Hier stuiten we op eene zonderlinge tegenstrijdigheid bij zeer vele voorstanders der Staats-loterij. Als betoogd wordt, dat de Overheid eene roeping heeft te verrichten ten aanzien b.v. van de misstanden voor oude en invaliede werklieden — dan zijn o zoo velen, ook van de christelijke partijen, er dadelijk bij om te beweren dat de Staat zich heeft te onthouden, dat het niet aangaat om ten bate van ééne klasse der bevolking 's Eijks schatkist

Sluiten