Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenwel onder deze voorwaarde, dat ze daartoe voor 1 Maart 1901 aan Burgemeester en Wethouders eene vergunning voor dezelfde lokaliteit zouden verzoeken, onder aanbieding van een in het verzoekschrift te vermelden bedrag in geld, dat ten minste 1 pet. moest bedragen van de geschatte huurwaarde (als grondslag voor het vergunningsrecht) en niet lager zou zijn dan f 10. W ie het meest had aangeboden, zou het eerst in aanmerking komen. Aangezien echter in vele gemeenten het aantal vergunningen verre boven het wettelijk maximum is, zouden natuurlijk velen, die thans vergunning hebben, daarvoor niet meer in aanmerking kunnen komen. Deze zouden nu eene schadeloostelling uit de zooeven genoemde gestorte gelden ontvangen. Het ingediende wetsontwerp bepaalde zich echter niet tot deze regeling. Het bevatte onderscheidene wijzigingen op de bestaande Drankwet. Enkele worden hier genoemd :

lo. Bepalingen tegen drankverkoop zonder vergunning, aldus tegen ontduiking van de wet. Die ontduiking, clandestine drankverkoop genoemd, heeft een zeer grooten omvang genomen. Voorgesteld werd nu om het drankverkoop, waarvoor vergunning noodig is, te brengen van 2 op 5 liters: en voorts de straf bepalingen op de overtredingen te verscherpen.

2o. Voorgesteld werd om aan de Regeering bevoegdheid te geven tot het maken van voorschriften voor de gemeenten betreffende de sluiting van drank-localiteiten bij gelegenheid van lotingen voor de nationale militie en andere gelegenheden, die de vrees wettigen voor misbruik van sterken drank. Deze bepaling verdiende zeker toejuiching. Immers, het van de gemeentebesturen te laten afhangen heeft dikwerf bezwaren; als de regeering zelve sluiting gelast, dan wordt de taak van het gemeentebestuur verlicht.

3o. Volgens de bestaande Drankwet wordt het vergunnings-reclit met 25 percent verminderd, wanneer in een lokaal tussclien Zaterdagavond en Maandagochtend niet wordt getapt. Deze bepaling is niet slechts bedenkelijk, maar ook onpractisch. Bedenkelijk, omdat de Overheid hier niet dwingend optreedt, wat toch haar roeping is als zij meent een kwaad in het algemeen belang te moeten bestrijden. Maar ook onpractisch, omdat van zelf zeer weinig tappers door die 25 percent vermindering gelokt worden om op Zondag niet te tappen. Minister Goeman Borgesius stelde

Sluiten