Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst, dat de Overheid arbeid verricht, diensten bewijst aan de bevolking en dat deze dien arbeid en die diensten betaalt. Eene soort van verzekering tot rust en orde in het leven, waarvoor de Overheid moet zorgen. l)e kosten daarvan moeten dan hoofd voor hoofd, betaald worden. — In de tweede plaats wordt verworpen het stelsel, waarbij wordt aangenomen dat de natie eene Overheid heeft ingesteld: eene Koningin, ministers, commissarissen voor iedere provincie, burgemeesters, ambtenaren, enz. Die allen worden beschouwd benoemd te worden naar den wil der natie, zooals deze dooide kiezers in de Staten-Generaal vertegenwoordigd is om daar aan de Regeering haar wil en haar eisclien voor te schrijven. De Koningin en al de ambtenaren zijn naar dit_stelsel dienaren of „employés ' der natie, welke natie door daartoe aangestelde ambtenaren uitbetaling doet en om de daarvoor benoodigde gelden te bekomen belastingen uitschrijft. — En teil slotte kunnen we ons ook niet vereenigen met het stelsel, dat alle geldelijk beheer van den Staat rechtvaardigt met het denkbeeld van dwang, die door een of meer personen, „toevallig" aan het hoofd van de zaken des lands staande, wordt opgelegd aan de bevolking. Napoleon ging van dit systeem uit; doch ook in onzen tijd wordt dat stelsel door velen, al zeggen ze dat zoo niet, gehuldigd.

Deze drie stelsels worden door „Ons Program" (bl. 858 en volg.) verworpen. Het eerste omdat het leidt tot het in handen geven van het zeggenschap over de financiën uitsluitend aan hen, die veel bezitten, zoodat het kapitalisme en de vereering van den Mammon daardoor worden voorgestaan en bevorderd. Het tweede stelsel kan onze goedkeuring niet hebben, omdat daarbij heel het geldelijk beheer der Overheid berust op loondienst en de Koningin niet meer regeert bij de gratie Gods, maar de eerste is onder de ambtenaren der natie. En het derde stelsel verwerpen we, omdat het een zuiver absolutisme verkondigt. Tegenover die drie stelsels plaatsen wij de autoriteit van Gods Woord en zeggen we, dat „de Overheid doet wat ze doet, niet wijl gij het vraagt, of zij het wil, maar omdat ze er van Godswege toe geroepen, aangesteld, en dus gehouden is."

Beschouwt men het zóó, dan zal ook niet morrend en onwillig de belasting worden opgebracht, die de Overheid aan de natie oplegt. Het is bekend genoeg, dat over het algemeen niet met blijmoedigheid

Sluiten