Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit op den voorgrond stellende, moet evenwel herhaald worden, at de Overheid zelve geen aanleiding geve tot het onwillig opbrengen van belastingen en tot ontduiking daarvan. Zij heeft op dit stuk rechtvaardigheid en billijkheid te betrachten, door zoo veel dit mogelijk is de Staatsbemoeiing niet uit te breiden en door bij e belastingheffing rekening te honden met de organische samens e mg der bevolking. Twee eischen, die moeten gesteld worden, doch wier opvolging niet zoo licht is.

I)it geldt in de eerste plaats de gewenschte inkrimping van de Staatsbemoeiing. I)e Overheid kan toch daaraan niet l.eel veel (oen, zoolang bij de natie de veerkracht en het initiatief ontbreken om zelve handelend op te treden in al die zaken, die zij zou kunnen regelen. Wanneer de ouders in het algemeen begrepen hun roeping ten opzichte van de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen, dan zou de Staat en zouden de gemeenten niet zoovele millioenen voor het onderwijs, met name voor liet lager onderwijs, hebben uit te geven. De toepassing van de leuze „de vrije school voor heel de natie" door heel het Nederlandsche volk zou een maatregel van bezuiniging blijken, waarvan een dubbel voordeel was te verwachten; de oplossing van den politieken schoolstrijd èii vermindering van de belasting. Men weet echter, dat voor die leuze onder de wederpartijders van ons, antirevolutionairen, weinig of geen voorstanders worden aangetroffen: en daardoor moet wel de Overheid haar zorgen tot het (lager) onderwijs uitstrekken, wat van zelf veel geld kost. Ook ten opzichte van de sociale kwestie zou minder van de Overheid en dus van de belasting-betalenden gevergd worden, indien patroons en werklieden over en weer beter hun plichten en rechten verstonden.

eiwiJ teu slotte> wanneer de arbeid en de landbouw enz. zich naar hun aard konden organiseeren, het „zelf-doen" meer in eere zou komen en de schatkist er van zou profiteeren.

Zoo blijkt dus, dat aan inkrimping van de Staatsbemoeiing alleen dan zou kunnen gedacht worden, indien de natie toonde die inkrimping met slechts in woorden maar bovenal in daden te begeeren. Dit ontslaat echter de Overheid niet van haar plicht, om ten deze al het mogelijke te doen ten einde het der natie gemakkelijker te maken om liet particulier initiatief op alle terrein, waar dit gewenscht is, te betrachten.

Sluiten