Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaats lioude de Overheid bij het heffen van belastingen rekening met de organische samenstelling der natie. Ons belastingwezen is niet eenvoudig, hoewel het toch bijna uitsluitend gecentraliseerd is, dat wil zeggen door de Rijks-Overheid geregeld wordt. Meermalen is ernstig ter overweging gegeven '), om de kosten van het beheer te splitsen in drie deelen, dat de gemeente liet meeste, de provincie een aanmerkelijk deel en het rijk zoo min mogelijk te belieeren krijgt. Thans worden alle belastingen door het Rijk geregeld en geïnd. Slechts heeft de gemeente het recht om een hoofdelijken omslag te heffen, terwijl de provinciën zich tevreden moeten stellen met eenige opcenten op het Personeel en de Grondbelasting, iets waartoe ook de gemeente bevoegdheid heeft. Het gevolg daarvan is, dat de gemeente te weinig uit haar eigen belasting ontvangt, zoodat het Rijk ten slotte moet bijspringen door subsidiëu voor het gemeentebelieer en voor het onderwijs; terwijl de provincie van het Rijk ontvangt de jaarwedden van den Commissaris der Koningin, van de leden van Gedeputeerde Staten en van de ambtenaren ter provinciale griffie. Het schijnt echter, dat decentraliseering van de belastingen vooreerst wel niet te verwachten is; althans, bijna nooit wordt daarvoor in het Parlement een pleidooi gevoerd, zoodat de wensch van ,.Ons Program" om het personeel en de belastingen op kapitaal tot gemeente-belastingen te maken, in de eerste jaren wel tot de vrome wensclien zal blijven behooren. Hoe dit echter zij, de Overheid heeft het recht belastingen te heffen; en de rechtsgrond voor het heffen van belastingen op bezittingen vindt zij in het feit, dat zij zelve, door haar aanwezen, de waarden van de bezittingen der natie verhoogt. Op den voorgrond sta hierbij dat niemand kan zeggen, dat hij a b s o 1 u u t de eigenaar 'i an zijn bezittingen is. I)e eigenaar van alle goed is God; de bezitter is er slechts leenbruiker van oin dat goed tot Zijn eer, der natie tot heil en voor eigen behoeften te bezigen. Ook met het oog op liet nationaal verband, kan niet gezegd worden, dat een eigenaar absoluut heer en meester is over zijn bezittingen. ,.Is liet toch ontegenzeggelijk waar, dat uw villa geen pacht meer waard is, als de streek verloopt; dat uw winkel daalt in opbrengst,

1) „Ons Program", bl. 867 en volg.

Sluiten