Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoord — wordt genoemd wetsontwerp. De indiening daarvan geschiedt door de Koningin bij brief, die aldus luidt:

„Mijne Heeren! Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van wet (volgt de omschrijving).

De toelichtende memorie, die het wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede Mijne Heeren! bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage (of Het Loo), volgt datum. „Wilhelmina."

Ieder wetsontwerp begint aldus :

..Wij WlLHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. eiiz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo wij in overweging genomen hebben, dat enz.

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze enz.

Het wetsontwerp wordt, na indiening bij de Tweede Kamer, gedrukt en aan de leden gezonden, ook aan de leden der Eerste Kamer en voorts afgedrukt in de Bijlagen der Handelingen van de Staten-Generaal. Daarna wordt, op voorstel van den Voorzitter van de Tweede Kamer, liet wetsontwerp verzonden naar de afdeelingen. Met alle wetsontwerpen geschiedt dit zoo. Daartoe splitst zich de Kamer in vijf afdeelingen of sectiën, die om de twee maanden op nieuw worden samengesteld. Men noemt dit: het trekken der afdeelingen ; vier van 20 leden en 1 van 19 leden, daar de Voorzitter tot geen der afdeelingen behoort. Deze afdeelingen of sectiën vergaderen ieder afzonderlijk en in 't geheim; dat wil zeggen : haar vergaderingen zijn voor niemand toegankelijk. Iedere afdeeling benoemt een Voorzitter, een vice-Voorzitter en een rapporteur voor elk wetsontwerp afzonderlijk. De vijf Voorzitters vormen met den Voorzitter der Tweede Kamer eene zesde afdeeling of sectie, centrale sectie genaamd. Deze centrale sectie regelt de werkzaamheden der Kamer, altijd onder nadere goedkeuring van de Kamer zelve. De rapporteurs of verslaggevers

Sluiten