Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene Belgische maatschappij behoorde: de Grand Centrale lielye.

Andere lijnen waren er tot 18t>0 en nog een paar jaren daarna niet. In Friesland, Groningen en Drenthe was tot 18<>3 geen enkele spoorweg. Ook Zeeland was tot dien tijd geheel verstoken van spoorweg-verkeer. Wie van uit Den Haag naar België wilde reizen, moest de afstand van Rotterdam (Feyenoord) naar den Moerdijk met een stoomboot afleggen. In vergelijking met de omliggende landen waren wij dan nok op dit gebied zeer achterlijk. Voor een deel moet dit evenwel geweten worden aan de groote moeielijkheden en kosten, verbonden aan het aanleggen van spoorwegen in een land als het onze, zoo doorsneden met rivieren en breede wateren. Maar voor het grootste gedeelte moet de achterlijkheid ook geweten worden aan de langzaamheid en de traagheid, waarmede onder het liberaal régime hier te lande iets totstandkwam. Men liet tot 18ti0 den aanleg van spoorwegen over aan particuliere maatschappijen; en een heelen tijd duurde het eer concessie verleend was. Eerst in dat jaar (1860), na veel gekibbel, trad de Staat zelf handelend op.

De spoorweg-wet van 1860 beval den aanleg op kosten van den Staat van de volgende lijnen: 1°. Arnhem—Zutphen—Deventer— Zwolle—Meppel—Leeuwarden; 2°. Harlingen—Leeuwarden- -Groningen—Duitsche grens; 3". Groningen—Meppel; 4°. Zutphen— Enschede—Duitsche grens; 5". Maastricht—Venloo—Bokstel—Breda; 6°. Rozendaal—Bergen op Zoom—Vlissingen (deze lijn is eerst in 1872 tot Vlissingen doorgetrokken; 7°. Venloo—Duitsche grens; 8°. Utrecht—Den Bosch—Bokstel; 9°. Botterdam—Lage Zwaluwe— Breda; en 10'. Amsterdam—Zaamdam—Uitgeest—Helder.

Bepaald werd, dat elk jaar voor ten minste 10 millioen zou worden verwerkt. Vijftien jaren later waren al de genoemde lijnen zoo goed als voltooid. In dat jaar (1875) kon de Staat nu een belangrijken stap verder zetten, nadat in 187iJ de lijn Arnhem—Nijmegen was opgenomen. Het tweede net, in 1875 vastgesteld, omvatte de lijnen: Zwolle—Almeloo; Dordrecht—Gorinchem—Eist; Amersfoort —Resteren—Nijmegen; Zaandam—Hoorn—Enkhuizen; Stavoren— Leeuwarden; Nijmegen—Den Bosch—Venloo; Schiedam—Vlaardingen—Hoek van Holland; Lage Zwaluwe—Den Bosch; en Groningen—Delfzijl.

Terwijl aan dit tweede net werd gearbeid, breidden ook de

Sluiten