Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde leven, dat zich thans in de Nederlanden van nn uit, maar toen, niet denzelfden ademtocht, in het destijds levend geslacht zich uitsprak, naar uitwijzen der historie. Het zijn ook in het rivierbed altijd andere druppelen, maar niettemin blijft het eeuw in eeuw uit toch dezelfde „Grootvorst van Europa's stroomen", die. „van der Alpen top gedaald", zijn schat van wateren naar onze landouwen doet afvloeien. Eu zoo nu ook zijn het in de ééne natie wel altijd andere personen, andere „stofjes aan de weegschaal en andere „druppelen aan den emmer", maar niettemin blijft het aldoor toch éénzelfde geslachtengroep; steeds éénzelfde verband en aaneenschakeling van familiën; hoe verjongd ook, toch altijd hetzelfde oude bloed, dat, van vader op zoon overgaande, als door eene nooit afgebroken bedding tot aan onze aderen is toegekomen ; en in al de individueele geesten, wier zielskracht in dat bloed getinteld heeft of nog tintelt, is en blijft het toch ten slotte de ééne geest der natie, die — nooit stervend, maar van geslacht op geslacht overglijdend vóór tien en acht en vóór een drietal eeuwen geleden, geleefd, gejubeld heeft in onze vaderen, en nóg heden leeft en klaagt, in stee van te jubelen, in ons."

A\ ordt zóó de geschiedenis van ons volk aan onze jeugd geleerd, dan komt er wel heilig enthousiasme voor onze Landshistorie, voor de vrijheden en voor de rechten van ons land. Niet eene dorre opsomming van jaartallen, van geboorten van vorsten en veldheeren en van veldslagen: waar liet voor liet kind op aankomt, dat zijn de tafereelen, dat is het bezielde, in kleuren geschilderde doek, dat zijn de helden-figuren en de wondere legenden zelfs. Daarom ook kunnen we ons nooit vereenigen met eene neutrale volksschool, waai onze kinderen niets van de wonderen Gods in onze Landshistoiie, niets van de drijfveeren die Oranje en onze vaderen bezielden, mogen vernemen.

Kennis van de geschiedenis onzes lands, maar zóó opgevat, geeft \an zelf een juist rechtsbesef en kweekt ook den echten burgerzin. Intusschen spreekt het van zelf, dat ook de Regeering daaraan zelve zeer veel doen kan. Wint zij door een wijs beleid en vroed bestuur het vertrouwen, zoodat de overtuiging vast staat, dat zij 's volks geluk beoogt en bevordert — dftn wordt dat besef van recht versterkt, het gevoel van burgerzin verlevendigd en kan ze ook in de ure des gevaars op de bevolking rekenen.

20

Sluiten