Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreden, in Mekka's tempel gebeden hebben. En santiï's zijn Javanen, die we wel aspirant-hadji's kunnen noemen. Zij hopen de reis naar het heilige land te doen, ze hebben zich daarop al gepraepareerd, door bij een hadji de Arabische gebeden te leeren opdreunen en machinaal de Arabische woorden in den Koran te lezen, zonder er iets van te verstaan.

,.Die tweeërlei soort vrome Islaininers nu gaan op Vrijdagmorgen naar het Mahomedaansche bedehuis, om daar hun gebed gezamentlijk te doen en eene Arabische preek te hooren voorlezen. Maar zooals we reeds boven schreven, die hadji's en santri's zijn niet de Javaansche bevolking, zij vertegenwoordigen er slechts een zeer gering procent van. Voor 99(1 van de 1000 Javanen is er op Vrijdag evenmin sprake van een gaan naar de misdjid als op alle andere dagen der week. En ge moet ook niet meenen dat die hadji's en santri's den Vrijdag als een soort heiligendag beschouwen, waarop ze niet mogen werken of handel drijven. Niets daarvan. Het is ook voor hen een gansch gewone dag, vóór en na hun tocht naar liet bedehuis houden zij zich bezig met hun gewoon dagelijksch bedrijf. Er is dus in het geheel geen sprake van een rustdag in de Javaansche wereld. Noch de vrome noch de niet-vrome volgers van Mekka's profeet rusten op Vrijdag van hun werk, allen arbeiden rusteloos voort."

Men kan dus wel zeggen, dat bijna de geheele inlandsclie bevolking onverschillig voortleeft omtrent den godsdienst. Daarvoor staat het Nederlandsche volk verantwoordelijk; en dientengevolge heeft onze Regeering alle middelen aan te wenden om daarin naar de ordinantiën Gods, verandering te brengen. Dienaangaande nu zijn we thans niet zonder goede hope. De poging van de Regeering om gewestelijke en plaatselijke besturen aan de Koloniën te geven, verdient ook uit dit oogpunt de meeste aanbeveling, want decentralisatie zal zeker wel in het voordeel der zending zijn.

Hier mag zeker niet ontbreken een woord van weemoedige hulde aan den op 9 September van dit jaar (1902) overleden Minister van Koloniën, Jlir. Mr. T. A. J. van Ascli van Wijck. De anti-revolutionaire partij had alle reden om veel, zeer veel te verwachten van de toewijding, den ijver en de werkkracht van dezen trouwen en nobelen anti-revolutionair voor de kerstening van onze Koloniën, voor zoover deze op den weg ligt van de

Sluiten