Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bestond er geen geldige reden voor onze Regeering 0111, zij het dan niet overijld maar dan toch mettertijd, Atjeh eene geduchte afstraffing toe te dienen? Zoo op deze vragen nog eenig bevredigend antwoord kon worden gegeven, — de offers van honderden millioenen guldens en tal van mensclienlevens zonden zeker niet zoo zwaar wegen. Keuchenius schreef echter in 1873, derhalve nog vóór de inneming van den Kraton:

..Atjeh had nooit eeuen duim gronds aan het Nederlnndsch Indisch grondgebied ontnomen; het was Nederland, dat zelfs zonder Atjeh's voorkennis geheele landschappen en staten, die naar recht der historie onder de oppermacht van den Koning van Atjeh stonden, in beslag genomen had."

..Wij handelden in strijd met ons Tractaat tegenover Atjeh; wij schoten in recht en trouw te kort en waren belust op overwinning; wij gingen daarbij onbedachtzaam, onhandig, lichtvaardig te werk."

..Onze annexatietocht naar Atjeh is een waagstuk zonder voldoenden grond, zonder onbetwistbaar recht, zonder beleid, in onbesuisdheid ondernomen; het heeft millioenen schats verslonden, de kern van ons Indisch leger gehavend, honderden mensclienlevens verwoest en oneer gebracht, niet over ons dapper leger, maar over do Nederlaudsche staatkunde."

In dit oordeel stond Keuchenius niet alleen.

Tegenover den Minister Fransen van de Putte betoogde de oudMinister Heemskerk, toenmaals lid der Tweede Kamer, hoe uit niets was gebleken dat Nederland door Atjeh in zijn recht was gekrenkt. En de .Jambode gewaagde in zijn nummer van 19 Juli 1874 van „den onrechtvaardigsten, afschuwelijksten en met de meeste dolzinnigheid ondernomen veroveringstocht," eene kwalificatie waarvoor de redacteur, ondanks het schitterend pleidooi van zijn verdediger, Mr. Keuchenius, door den Raad van Justitie te Batavia tot één jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.

Atjeh was eeuwen achtereen volkomen onafhankelijk geweest. JInltatuli heeft er ons aan herinnerd, dat dit rijk in liet begin der 17e eeuw een gezantschap naar ons land zond en daardoor de mogendheid was die „gedurende onzen worstelstrijd met Spanje het eerst ons erkende als onafhankelijk volk."

Die onafhankelijkheid van Atjeh is door geen mogendheid betwist; Nederland echter stoorde zich er weinig aan. Terwijl leger en vloot ternauwernood voldoende waren om ons gezag met de noodige kracht op Java en andere onzer bezittingen te handhaven,

Sluiten