Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den arbeid van den Duitschen geleerde Karl Marx en diens leerling Friedrich Engels.

Karl Marx werd den 2den Mei 1818 te Trier geboren en overleed te Londen in 1883, op Hó-jarigen leeftijd. Na de voleinding zijner juridische studiën, die hij niet een schitterend examen besloot, wijdde hij zich geheel en al aan de philosophie en de economie, bijzonder in betrekking tot het arbeidersvraagstuk. Door zijn persartikelen en zijn optreden in vergaderingen werd hij uit Duitschland, daarna ook uit Frankrijk verbannen en gaf in 1847 te Brussel zijn eerste geschrift van beteekenis uit: het .Manifest der communistische partij. Na allerlei wederwaardigheden vestigde hij zich in 1851 te Londen, waar hij tot zijn overlijden (1883) bleef wonen. Zijn hoofdwerk is getiteld: „Het Kapitaal"', dat in drie deelen verscheen. Het eerste verscheen nog in zijn leven: de beide andere zijn uitgegeven door zijn leerling en bewonderaar Engels, die (gestor\en in 1895) uit zijn nalatenschap ook nog vele andere geschriften uitgaf, o.a. Loonarbeid en Kapitaal.

Marx nu heeft liet Socialisme tot een wetenschappelijk systeem verheven, een systeem, — diepzinnig en phlosophisch in mekaar gezet —, waarover dus zoo maar niet geschetterd kan worden in meetings en in blaadjes, maar dat in collegezalen der Universiteit voortaan zou worden gedoceerd. Vóór het optreden van Marx en nog lange jaren daarna was het Socialisme van een Lasalle en anderen aan het woord: en Domela Nieuwenhuis was hier te lande een der tolken daarvan. Dat Socialisme was echter niet uitgewerkt, niet wetenschappelijk in mekaar gezet, zoodat geen der volgelingen begreep, wat het eigenlijk bedoelde. Gevolg daarvan was, dat die woordvoerders zich uitsluitend bepaalden tot frasen, tot groote woorden, tot aanhitsing van arbeiders tegen patroons, van volk tegen overheid. Het „evangelie der ontevredenheid'' werd door hen gepredikt, in den meest slechten zin. Den arbeiders werd wijs gemaakt, dat zij opzettelijk werden verdrukt en bestolen door de kapitalisten, die allen uitbuiters waren; dat met opzet de regeeringen en de vermogenden de toestanden onverbeterd lieten, „om zich vet te mesten met het zweet der werklieden.'' Plomp en zonder eenige andere bedoeling dan verbittering te zaaien, werden de bestaande toestanden gehekeld, werden de menschen woest gemaakt op de uitbuiters, op de rijken, op konin-

Sluiten