Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

talen; want 't is om Hem en door Hem dat zij ons dienen.

Eens komt geen tijd, maar een eeuwigheid, waarin wij met onze onzichtbare vrienden persoonlijk kennis zullen maken, en wie weet of ons dan het voorrecht niet verleend wordt, om hun van de hemelsche rijkdommen, die wij boven hen erven, eenige wedervergelding te doen. Hoe dit ook zij, zeker is het goed voor ons, dat wij hen thans niet zien; licht toch zouden wij Christus bij hen achterstellen. Reeds in de eerste tijden des christendoms leerde men, dat de geloovige, in plaats van rechtstreeks tot Christus te gaan, uit nederigheid de voorspraak der engelen moest inroepen; tegen zoo iets getuigde een apostel zeer terecht '). Dat was te groote eer hun bewezen; en toch zou juist hunne verschijning aan ons, en onze wetenschap van hunne diensten, er ons allicht toe brengen, om zulk eene dwaasheid te begaan.

De aanschouwing van een hemelsch wezen, zoo schoon en statig als een engel, zou het besef van geringheid en zonde plotseling met ongehoorde kracht en helderheid in ons binnenste doen ontwaken. Wat zou er het gevolg van zijn ? Dat wij. even goed als de apostel Johannes, den engel te voet vielen. Wij zouden door ontijdige overmaat van 't gevoel onzer kleinheid en schuld wanen, dat niets vruchteloozer en verwatener is, dan rechtstreeks tot Christus te gaan, tot Eén, die nog zooveel hooger dan de engelen is, maar niets verstandiger dan hunne tusschenkomst in te roepen. De ontdekking van de stille, maar belangrijke ons door hen bewezen diensten, wier beteekenis beide tegenover onze zwakheid en onze onwaardigheid voor ons te sterker uitkomen zou, voedde allicht dien waan, en noopte ons hen te vragen, of zij onze voorspraak bij den Heer wilden zijn. Maar slechts één mag onze Christus zijn; 't is Jezus, de middelaar, de eenige, die niet alleen aan ons, maar ook aan de engelen beteekenis geeft bij God.

1)~Coh 2 : 18.

Sluiten