Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was, ') die „aan de haven der zeeën woonde en aan de haven der schepen was, naar de zijde van S i d o n",2) iets waaruit zich verklaart dat Jona juist over de zee wegvluchtte, wijl deze hem den naast hij gelegen uitweg aanbood. Hij leefde en profeteerde onder de regeering van Jerobeam de Tweede (825—784) v. C.), den goddeloozen, maar dapperen koning, die, zonder gebed, enkel door het zwaard, het rijk van Ephraïm zijn oude grenzen terug gaf. Derhalve was hij tijdgenoot van Hoséa en van Amos, de beide profeten, die evenals hij, binnen liet gebied der tien stammen optraden.

Deze bijzonderheden zijn van het hoogste gewicht tot recht verstand van Jona's boek; want een geschrift kan slechts uit zijn tijd verklaard worden. Zij maken het ons mogelijk, van de omstandigheden, waaronder de profeet optrad, eene voorstelling te vormen.

Het rijk van Ephraïm had destijds het hoogtepunt van zijn bloei bereikt: zijne grenzen waren wijder van omvang dan ooit. 3) Echter geleek het op den ouden, met groenen klimop begroeiden toren, waarvan de dichter zingt: 4)

Frischheid, groei en leven buiten,

Maar van binnen doodsch verval.

Hoséa en Amos hangen beiden eene huiveringwekkend schoone schilderij van 's volks diep verval op; men kan er uit zien dat het rijk zijn val nabij is. Aan den hemel begon zich eene onheilspellende onweerswolk te vormen; dat was Assur, straks roede in Jehovah's hand, tot tuchtiging van het overspelig Samaria. Van Syrië, Israëls ouden vijand, was het ergste niet te duchten; eer had D a m a s k u s zelf reden om te sidderen voor zijn geduchten nabuur te N i n e v é. Assur toch was op weg om

1) Joz. 19 : 13. 2) Gen. 49 : 13. 3) 2 Kon. 14 : 25. 4) Bvron.

Sluiten