Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets aangekondigd wordt dan het oordeel. Even weinig innemend als deze boodschap is de prediker zelf. Men kan zien dat hij niets liever wil dan dat zijne bedreiging bevestigd worde. Daarbij is hij een Joodsche vreemdeling, < ie ongevraagd zich met Ninevé's zaken en zonden komt bemoeien. En Ninevé is een wereldstad, door heidenen »«'• woond, machtiger dan Samaria, dan Damaskus, dan Babyion op weg om koningin der steden en landen te worden, het Rome harer eeuw! Wat vrucht zal zulk eene prediking in zulk eene stad dragen? Er is geene verwachting van.

Hoort slechts; en «lat Jona zich schame! De gehoorzaamheid der Ninevieten spaart onzen profeet geene gering»1■ moeite. Immers had hij drie dagen noodig, (H. 3 : 3) om al predikende de straten der stad door te gaan; maar ziet. pas is hij er één dag mede bezig geweest of het is genoeg. De koning heeft den profeet het werk nit de hand genomen. Terwijl profeten gewoonlijk wel in de achterbuurten, maar niet aan het hof en in de paleizen, geopende ooren en gehoorzame harten vinden, is hier juist het tegendeel geschied. De koning gaf den toon aan, en werd zelf een Jona. neen, beter profeet dan hij. Want terwijl Jona van niets weet, of ten minste spreekt dan van de goddelijke rechtvaardigheid, brengt de vorst, geheel uit eigen aandrift en vooi zijne persoonlijke verantwoording, zijn volk een evange ie, dat beter van gehalte is dan men van een heiden verwac iten zou. Bij gebrek aan zekerheid, dat God barmhartig zou zijn, onderstelt hij er ten minste de mogelijkheid van; en niets nu is Jehovali aangenamer dan dat wij, zelfs als Hij zijne barmhartigheid voor ons verbergt, toch aan haar blijven gelooven, en haar over ons inroepen. „Wie weet, God mocht zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht zich wenden van de hittigheid zijns toorns, dat wij niet vergingen !" ') Zoo spreekt hij; en zie, dat woord doet hem eere

1) H. 3 : 10.

Sluiten