Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had berouw gehad van het kwaad, dat Hij gesproken had N i n e v é te zullen doen, en het niet gedaan. !) Zoo bracht zijne barmhartigheid den schijn der onrechtvaardigheid over Hem; dat dacht Jona ten minste. Onze profeet kan Gods woorden en Gods werken niet rijmen; maar hij had ook met bij het kruis gestaan, om te zien, hoe God de straf, van welke Hij zondaren verschoont, op zijnen Zoon legt, ons ten bewijze, dat Hij niet ophoudt rechtvaardig te wezen, waar Hij begint barmhartig te zijn. 2) Verrast heeft het hem niet; hoe ware dit trouwens mogelijk ? Als een heidensch koning, heer over eene stad, wier zonde ten hemel rijst, Gods dreigementen ten spijt, en ondanks de aanklachten van zijn geweten, geheel uit eigen beweging, op de barmhartigheid Gods hoopt, zal zij dan zijnen dienaar verrassen'? Wel heeft liet hem meer dan droevig gemaakt. God is al te zwak en goed geweest, zegt hij, en van zulk een meester langer knecht te wezen, die 't belang van zijn eigen huis aan den vreemde ottert, is al te veel voor iemand als hij, die voor dat huis in ijver blaakt, en die belangen wel zoo goed kent als de meester zelf. Jona kan het in de stad niet langer uithouden; daar zit hij onder een verdek, even buiten de stad, en men kan zien dat hij zich, met het oog op de hitte, zijn verblijf zoo gemakkelijk mogelijk heeft ingericht. God is goed en blijft goed, ook voor Jona, en maakt het hem nog dragelijker; trouwens was een weinig hulp niet overbodig, want onze profeet was op het punt om van droefheid te bewijken, en werd slechts staande gehouden door een flauwe hoop, dat de stad nog vergaan zou. 't Was immers mogelijk dat de ijver der bekeerlingen verflauwde en het oude leven weer aangevangen werd; een heiden is in Jona's schatting niet spoedig echt bekeerd! God geeft hem een wonderboom boven zijn hoofd, trouwens was hij te warm van binnen om veel warmte van buiten te kunnen dragen, en daarbij had hij evengoed afleiding 1) H. 3 : 10 2) Rora. 3 : 25.

7

Sluiten