Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd, niet meer zich zelf te dragen, omdat liefde ons van ons nam; maar alles te verwachten, alles te genieten, alles te aanschouwen; in armoede rijk, in den strijd overwinnaar, in het sterven levende, in de wereld in den hemel te zijn! Wie uwer heeft er zijne jeugd niet voor over? Wie uwer wil niet gaarne heden nog het vleeseh, met zijne begeerlijkheden in den dood geven, opdat de dood straks te laat kome, en ons reeds gestorven vinde, zoodat het sterven leven wordt ? Wie uwer wil het leven, met al wat het als geoorloofd aanbiedt, niet ten offer brengen aan Hem, die het zijne ons niet onthield, om het te herbaren tot onsterfelijkheid ? Schoon is de jeugd, maar schooner Hij : en Hij is haar waard. Wie uwer zal haar, als de vijand aanrukt, aan het vaderland weigeren ? Onder de slagen van het vijandelijke zwaard, zal de jongeling zich troosten met de gedachte, dat hij voor het vaderland valt; welnu meer dan uw vaderland is hier! Hein de frissche kracht, Hem de bloesem van het leven; en al moest die kracht tanen en die bloesem vallen, ook dan nog: aan Hem!

Maar geen nood : „de jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen; maar die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen: zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen loopen en niet moede worden, zij zullen wandelen en niet mat worden". >) Zoo spreekt de profeet; misschien hebben de engelen er nog een woord bij te doen. Zie, godsdienst maakt niet oud; want als zij hier op aarde verschijnen, dan hebben zij, hoe vele eeuwen zij ook doorbrachten met God in den hemel en op aarde te dienen, altijd het uitzicht van een jongeling -).

1) Jes. 40 : 30, 31. 2) Mark. 16 : 5.

Sluiten