Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij hoe allo dingen spreken van Hem. Laat ons in liet

boek der schepping lezen; want ofschoon liet, zoodra zijn schrijver verschijnt, voor altijd ter zijde wordt gezet, zal wat er in staat nooit vergeten worden.

Wie onzer zou echter juist in den wijnstok het beeld van den Heer zien? Immers veeleer in den stouten eik van Bazan! Niet alzoo de Heer. Den eik gaat Hij voorbij; maar voor den onaanzienlijken wijnstok staat Hij stil, en zegt: „ziedaar mij!" Het verraadt zijn inzicht. Immers brengt de eik, zijn statigheid ten spijt, niets dan zwijnenspijs voort, maar de wijnstok den wijn, die niet slechts den verslagene verkwikt en den stervende laaft, maar waardig geacht wordt 0111 beeld te zijn van het bloed, dat de zonde wegneemt. Is niet even zoo het hemelsche gehalte des Heeren achter het kleed zijner onaanzienlijke verschijning verborgen ?

Niet de wijnstok echter, die in het wild groeit, draagt zijn beeld, maar die, welken de hand der menschen kweekt. De ware wijnstok heeft een hemelschen eigenaar; en wie is deze'? 'tls zijn Vader. Jezus noemt Hem landman van den wijnstok; 't is om in het licht te stellen, dat zijn Vader den wijnstok niet alleen in eigendom bezit, maar tevens met eigene handen bewerkt. Welk een bewijs voor zijne voortreffelijkheid!

Dat is het trouwens wat den Heer vertroost. Immers is Hij geen wijnstok zonder ranken; de twaalf jongeren, die bij Hem zijn, bewijzen het tegendeel. Zij zijn toch de ranken ; aan hen zet zich straks de vrucht des wijnstoks. Maar bestaat er geen gevaar, dat de vrucht, in spijt van het edel gehalte des stams, wegens schadelijken invloed van buiten af, niet tot behoorlijke rijpheid komt ? Ongetwijfeld; 's Heeren oogen zijn er ten volle voor geopend. Maar 's Vaders voorzorg zal het voorkomen. Het welslagen van de planting is verzekerd, omdat God zelf de wijngaardenier is, wiens persoonlijk belang er op het innigst mede is saamgevlochten.

Sluiten