Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den wijnbouw werd in het heilige land bijzondere zorg besteed. De wijngaard werd meestal op de helhng van een vetten heuvel aangelegd; de grond werd omgespit, behoorlijk van steenen gezuiverd, en losgemaakt; ten overvloede werd er een doornen haag rondom geplant, tot afweering van schadelijk gedierte, of wel werd er een muur om gezet, om te voorkomen dat het afstroomend water de aarde wegspoelde. Verder werd er een toren op gebouwd voor den wachter en de arbeiders, daar de huizen der landlieden niet bij de wijnbergen, maar op een afstand er van, bij elkander stonden. Twee tegenover elkander gelegene persbakken werden in de rots uitgehouwen of in den grond gemetseld ; ieder bestond uit twee steenen kuipen, boven elkander geplaatst, en door een traliewerk gescheiden, dat in het midden van den bodem der bovenste aangebracht was, en waardoor de most in de onderste liep, als de druiven in de opperste werden getreden. De wijnstok zelf stond op hoogen prijs; zijne waarde stond met die van een zilverling gelijk.

Trouwens verdiende de wijnstok de vele zorg, die aan zijne kweeking besteed werd. Bracht hij den edelen wijn niet voort? Maar als dit aardsch gewas de zorg, door den landman er voor gedragen, waardig was, wat dan de ware wijnstok niet! Geen wonder voorwaar dat de oogen des hemelschen wijngaardeniers steeds op hem gevestigd zijn. Üp Christus alleen tocli berust zijn raad omtrent zijne verheerlijking door zijne aardsche schepselen. Zonder Hem heeft deze wereld evenmin beteekenis voor God, als een wijngaard, welks wijnstok onvruchtbaar is, voor zijn eigenaar.

Wat doet de Vader aan dezen wijnstok ? Hetzelfde wat elk landman aan den zijnen doet. Hij zorgt voor zijne ranken. Zijn zij niet geschikt om vruchten te dragen, dan snijdt hij ze af, en beloven zij iets, dan ruimt hij alles uit den weg wat hunne ontwikkeling belemmert. Hij maakt, in één woord, ruim gebruik van het snoeimes. Handelde

Sluiten