Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe duidelijk blijkt het niet, dat Christus komst in heerlijkheid evengoed als zijne verschijning in het vleesch velen zoowel ten val als tot opstanding is! Zij is een plotseling invallend strafgericht, beide voor de afgevallene en voor de onwaakzame Christenheid. Durven wij dit gericht afwachten ? Hebben wij gegronde hope op onze hemelvaart ?

Na Christus terugkomst breekt de ure aan, waarop, wat niet in Hem innerlijk vereenigd was, vaneen gescheiden wordt. Hoort wat hij zegt! In één oogenblik zullen zij, die hier op aarde maatschappelijk samen waren, uiteengerukt worden. Twee vrouwen malen in één molen; twee mannen arbeiden op één akker; de een wordt opgenomen en de ander achtergelaten, 's Heeren komst maakt nog scherper snede door de natuurlijke verbindingen heen. Zelfs zij die op het innigst verbonden waren, namelijk door de liefde die man en vrouw tot één vleesch maakt, worden eensklaps, in den nacht dat de Heere door liet luchtruim bliksemt, vaneen gescheurd, om elkander wellicht nooit weer te zien. Twee zullen op één bed zijn; de een wordt opgenomen en de ander achtergelaten, 't Is voltrekking van wat reeds hier begint, telkens als de godsdienst in de huisgezinnen eene weemoedige verwijdering brengt tusschen wie vroeger elkander afgodisch beminden; men verstaat en begeert ten laatste elkander niet meer, tenzij dan dat men in Christus opnieuw en voor eeuwig tot elkander komt.

De komst van Christus is de ure der ontsluiering aller dingen. Hoe zou trouwens iets verborgen kunnen blijven, waar Hij, die het licht der wereld is, den glans van zijn aangezicht ontsluiert, en zijne stralen tot de diepste schuilhoeken des harten doordringen doet? Zijne verschijning zal den mensch dwingen om zich in eens ten volle te toonen zooals hij is. Ieder zal door zichzelf, en wat nog erger is, door zijne naasten, en wat het vreeselijkste is, door Christus zeiven worden doorzien. In die ure zullen er geen huichelaars meer zijn, en zoo licht zal het zijn overal, dat de mensch

Sluiten