Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dorasrecht bestaat. Jezus zegt hier niets nieuws. Reeds bij de wetgeving had de Ileere het zijn volk ingescherpt. Wat toch geeft Hij op als reden voor zijn verbod om „het land voor altoos te verkoopen", met voorbijzien wat Hij omtrent het jubeljaar bepaald had ? Niets anders, dan dat het land zijn eigendom is, en al geeft Hij het zijn volk, dit blijft, zoodat de kinderen Israëls „vreemdelingen en bijwoners" bij Hem zijn. ') Geen hunner kon van zijn land zeggen : het is het mijne; want zij verkeerden in den toestand van iemand, die als gast of inwoner bij een ander in huis opgenomen is, en volstrekt geen reden heeft om zich verongelijkt te rekenen, als hem vroeg of laat gelast wordt om de woning te verlaten. Hetzelfde geldt van ons; in den grond bezitten wij niets. Eén slechts heeft iets en alles te gelijk. Slechts tegenover den naaste hebben wij recht van eigendom; maar op wat grond berust dat recht? Nergens anders dan daarop, dat God, als de eenige eigenaar van alles, ons iets in onderscheiding van anderen toevertrouwd heeft, om er rentmeester over te zijn.

Thans weten wij reeds wie de rentmeester der gelijkenis is: dat is de mensch. Iets meer dan rentmeester is hij niet; en toch zegt het onbeschrijfelijk veel te zijner eere. Of is het niet iets groots dat God, die „de aarde aan de kinderen der menschen gaf", -) een ieder onzer een gedeelte van haren rijkdom beheeren laat ? Welk eene onderscheiding wordt hem verleend! Niet iedereen toch maakt men tot rentmeester!

Te dezen opzichte handelt de hemelsche eigenaar naar zijn welgevallen. Den een stelt Hij over veel, den anderen geeft Hij slechts weinig; want Hij maakt arm en Hij maakt rijk. Maar allen staan zij, hetzij zij veel of weinig hebben, onder dezelfde wet. Immers moeten zij zijn goed naar hun beste weten beheeren; daarbij vlijtig en eerlijk zijn; maar het

1) Lev. 25 : 23. 2) Ps. 115 : 16.

Sluiten