Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie toch gaf ooit het grootere aan een, wien hij niet eens het mindere toevertrouwen kon ? „Zoo gij dan in den onrechtvaardigen mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen ?" Het ware ! Hij zou er evenzeer misbruik van maken door het in den dienst der zelfzucht te brengen! „Zoo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven'?" Aan wien zal de erfenis van den dief anders gegeven worden dan aan den bestolene zelf?

Zoo ontsluiert deze gelijkenis de verborgenheden van het wetboek, naar welks grondregelen eens gericht gehouden wordt. Wij merken er uit dat het leven der liefde in den hemel, voorbereid, ja, deels geboren wordt uit het leven der liefde hier op aarde. Onze aardsche bestaanswijze is met die van het kind in den moederschoot te vergelijken; daar wordt de kiem gevormd, van wat later te voorschijn treedt, en meer dan de kiem bevat, kan straks in de ontwikkeling niet te voorschijn komen. Hier namaals wordt niets begonnen ; hier is de tijd en de plaats van het begin; ginds wordt slechts voltooid, wat hier aangevangen is. Uit dit oogpunt bezien, verkrijgt ons kortstondig leven eene nieuwe en eenige, maar zeer hooge beteekenis. Het tijdperk, waarin de grondslagen van het leven, zoowel van het natuurlijke als van het eeuwige, gelegd worden, beslist, voor zijn geheelen duur, over het gehalte, dat het bezitten, en den hoogtegraad, dien liet bereiken zal. Gelukkig degene, die onafgebroken, in al wat hij doet, het onsterfelijke bedoelt; zoo een is, gelijk men zeer schoon gezegd heeft, in eiken oogenblik eeuwig. Straks echter laat zich geene schade meer inhalen; wat hier verloren werd, wordt nooit meer gevonden.

De Heer had in onze gelijkenis nog verder kunnen gaan. Hij deed dit niet: echter kunnen wij zijn onderwijs te dezer plaatse, uit wat hij bij andere gelegenheden leerde, aanvullen. Hier zegt hij ons hoe de „kinderen des lichts" schuldenaren worden, van wie den onrechtvaardigen mammon

Sluiten