Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan omdat hij de bedelaar is. Zijne bede ga.it uit van de onderstelling dat er een wonder noodig is, bijvoorbeeld, de verschijning van eenen geest, een prediker uit het paradijs, om den rijken Jood tot bekeering te brengen. In zeker opzicht is hij veel vooruit gekomen. De ondervinding heeft hem geleerd dat Abrahamietische afstamming en wettische onberispelijkheid ter behoudenis ontoereikende zijn ; thans weet hij dat er bekeering des harten noodig is. De farizeër heeft derhalve den doodsteek gekregen ; maar nu vervalt hij van het eene uiterste in het ander. Toen hij leefde was het Mozes en de Profeten; ivaar nu hij dood is: Lazarus, Lazarus! Thans heeft hij den geest der wet en der profetie gezien; hij weet dat beiden liefde eischen. Maar hun eisch, hoe klaar ook gesteld, en hoe ernstig ook aangedrongen, schijnt hem krachteloos toe om tot bekeering te leiden; slechts een geest uit den hades zou, dunkt hem, dat vermogen. Wie herkent hier den farizeër niet, die, in zijn dorst naar wonderen, zich tot in den hades toe gelijk blijft ? Er ligt in wat hij tot Abraham zegt, zelfs eene stille verontschuldiging opgesloten. Had God hem maar door een prediker uit den hades, een zalige of een verdoemde, laten waarschuwen, dan zou hij hier niet zijn! Maar hij had ook niets dan Mozes en de Profeten. Geen wet zonder wonder; het wonder is de kracht der wet! Welk eene taal legt Jezus hier in den mond van een farizeër! Dieper kan Hij deze partij niet grieven, dan door een harer vertegenwoordigers eene beschuldiging op de lippen te leggen tegen dezelfde wet, wier letter zij niets minder dan vergoodden !

Abraham echter verwijst de vijf broeders naar de Wet en de Profeten. Vergeefs; het brengt den rijken man niet tot zwijgen. Hij is onbeschaamd genoeg om al redetwistende vader Abraham tegen te spreken. Ook dit is een zuiver farizeeuwsche trek.

Een echt farizeër heeft altijd gelijk. Hij durft zelfs tegen-

Sluiten