Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze voorstelling heeft thans nog iets onnatuurlijks en iets stootends voor uw hart; het mijne voelt het met het uwe. Maar hoe meer gij u ook met haar vertrouwd zoekt te maken, des te lieflijker zal zij u worden, tot gij haar ten laatste niet meer dan natuurlijk vinden zult. Reeds in 't aardsche leven grijpt iets soortgelijks plaats; ware uw zuigeling in 't leven gebleven en voor uwe oogen opgegroeid, zoo zou hij bij t klimmen dei jaren, allengskens zijne liefelijke hulpeloosheid, zijne aantrekkelijke afhankelijkheid verloren hebben, een jongeling of maagd geworden zijn, voor wie gij niet langer het hoogste waart, en ten laatste, in uw ouderdom, de plaats van man of vriend bij u hebben, 't Is dus zoo vreemd niet, dat hij eens uw broeder worden zal. Dan zult gij allermeest het beeld van Christus in hem beminnen, tot dusver hebt gij uw vleesch en bloed in hem liefgehad. Deze natuurlijke, moederlijke liefde was ongetwijfeld billijk en plichtmatig, maar van wat zee van tranen werd zij niet de bron! Deze nieuwe liefde echter, waarmede gij het beminnen zult, zal u niets dan vreugde geven. Nu moesten de behoeften en verwachtingen der natuurlijke liefde sterven; het was noodig dat er ook door uwe ziele een zwaard ging. Anders zoudt gij allicht u tot de hoogere en geestelijke niet wel hebben weten te verheffen. En tot die liefde komt gij, zoodra niet uw kind, maar Christus u het hoogste wordt. Dat is Hij voor uw kind; het geeft u dus zelf het voorbeeld. Volg het na; er is geen andere weg om met uw kind vereenigd te worden, en gij zult het er niet te minder om liefhebben.

En als ik het dan wederzie? zegt gij, en durft het verdere niet te vragen! Ja, moeder, ik begrijp u. Licht zal Christus dan tot uw kind zeggen: deze was uwe moeder; zij heeft u liefgehad en voor u gebeden. Met welk een blik zal het u aanzien! En gij zult zeggen: Was dat mijn kind ? Ja, dat blinkend, schitterend wezen, dat in het licht wandelt, dat de zoomen van het kleed des Lams draagt,

Sluiten