Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u kent. Immers bidt Hij altijd voor ons, en, wilt gij ei « mede troosten, gelooft dan dat zij altijd amen zeggen als Hij bidt, en er zijne bede tot de hunne door maken. Of zouden zij misschien aan ons nog iets willen vragen ? Voorzeker verlangen zij dat wij hun werk voortzetten op aaidt. Voor wie zijn de kranken, die zij verpleegden; de naakten, die zij kleedden; de weezen, die zij opvoedden, thans ? Voortaan zijn zij voor u ; laat uwe liefde lienengaan en voltooien hunnen arbeid. Hun geloof, hun strijd ; o, belijdt dat geloof en zet dien strijd voort; voortaan kunnen zij slechts den belijder en den krijgsheld in u beminnen. En mochten zij iets verzuimd hebben te doen, verricht het in hunne plaats, hun tot troost in den dag, waarop hun werk in het gericht komt. Zouden zij naar onze overkomst verlangen? Gewis. Zonder ons zij 11 zij evenmin v olmaakt, als een feestdisch voltallig heeten kan, zoolang alle gasten niet aangekomen zijn. Telkens als de deur der leestzaal opengaat, om een nieuwen gast in te laten, roepen zij hem het welkom toe, even vroolijk over zijne geboorte tot het hemelsche leven, als eene moeder over die van haar kind. Den vreemde gaan zij jubelend te gemoet; zouden zij dan niet verlangen naar ons, in wie zij de vrucht hunner vurigste gebeden oogsten, en de kroon van hun moeilijksten arbeid ontvangen? Verdubbeld wordt hunne vreugde, als zij ze ons kunnen melden; vertienvoudigd wordt hun geluk, als zij onze zaligheid mogen zien.

Neen, dooden! wij willen u hier niet terug. Men zegt dat de mensch een ongeboren kind is, zuchtend uitziende naar de geboorte, en zijn sterfdag, de dag waarop hij uit den moederschoot des natuurlijken levens geboren wordt. Zouden wij het kind dan weder in de moeder willen brengen ? Zijn dood zou het zijn. O gij zuigelingen der engelen, blijft in hun schoot! Wij willen het verlangen naar hun bezit onderwerpen aan de begeerte naar hun geluk, en onze smarten vergeten van wege hunne vreugden. Wij weten wel dat

Sluiten