Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dag was, en niet geslapen, kunnen zij rusten, nu de nacht gekomen is. O nacht! voor het geloof zijt gij één oogenblik, maar eene eeuwigheid voor de liefde! Daar valt zijn sluier; in het oosten wordt het licht, schoon de zonnen vlieden .... „wie zijn deze, die daar komen gevlogen als eene wolk, en als duiven tot hare vensteren?" O dood! uwe vijanden, o graf, uwe, overwinnaars. Zij zegepralen, door te verschijnen; want de „Heilige Gods is in het midden van hen". Hij brengt een feestkleed voor ons mede, en wij hebben geen tijd om ons oud gewaad uit te trekken, en het feestkleed valt over onzen pelgrimsmantel heen, en alles wordt nieuw! .... O mijne dooden! in de wolken zien wij elkander weêr. Jacob en Jozef .... en ik denk hoe zij elkander om den hals vielen, en lang weenden aan elkanders hals.

Keert weder, o mijne dooden. Maar als gij te lang toeft, dan komen wij naar u. Wel gaapt er een breede klove, die zelfs de dood niet dempt, tusschen ons beiden; maar we zien een brug, die zijn randen verbindt. Christus, gij zijt het, Middelaar aller dingen, ook der levenden en dooden ! Zonder Hem waren wij voor elkander verloren. Zonder Hem zouden wij, op zoo verren afstand, als thans tusschen ons is, niet meer liefhebben, Zonder Hem ware onze liefde reeds lang gestorven, vóór de dood ons aan elkander ontnam. Maar in Hem zijn wij gekomen tot de geesten der volmaakt rechtvaardigen, en zij tot ons. Omdat wij met hen in één lichaam zijn, het zijne, zijn wij met hen eeuwig één. De afstand zal wegvallen, de tijd zal vlieden; maar de liefde zal blijven, en hare bede, die de bede van Christus is, wordt verhoord: 't is de bede dat alles één zij. Dooden ! hoe dichter bij Christus, hoe dichter bijeen. Het geheim onzer hereeniging ligt in Hem. Hem de eere van de onsterfelijkheid onzer liefde ! Dat dooden en levenden dan hun Middelaar loven! Nog ligt onze beider liefde in ketenen ; want wij zijn verre vaneen; maar Hij maakt ze vrij.

Sluiten