Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zich zelt. Wat wordt hij? Een lijk. Maar hijzelf blijft over, gedwongen om van eeuwigheid tot eeuwigheid zijne nietigheid te zien. Kan God hem dieper vernederen? De schande, die hij Gode aandeed, keert tot hem weder. Verlaat hij God, naar de wet des rechts verlaat God hem. Nu houdt hij niets over dan zich zelf; hij wordt naar zich zeiven verwezen en in zich zeiven opgesloten. Hij is verstoken van alles, wat hij, gelijk de borst de lucht, noodig heeft om tot de rust der zelfbevrediging te komen. Niemand heeft hem meer lief; daar niemand hem van zich zelf verlost, door hem voor zich te nemen, is hij eeuwig verplicht zich zelf als een last te dragen. De dood laat den mensch niets over dan het naakte, het machtelooze ik. O heilige spot Gods met den waan van het kreatuur! Met onverbreekbare ketenen aan zich zelf vastgeklonken te zijn! In 't eindeloos voortbestaan het spotkleed der onsterfelijkheid te wezen ! Zoo lost de dood allen schijn en allen waan voor goed op; hij beschaamt het stoutste ongeloof en doet uit den schoonsten droom ontwaken.

II.

Waar is, zoo vraagt de dichter, de sterke, die ons van den dood redt; noem mij den naam van den engel of van den cherub, die het kan! Hier zwijgen alle schepselen stil; geen onder al de millioenen, die de aarde of den hemel bevolken, kan op dezen noodkreet van den zondaar een antwoord geven, of onder zijn doodsstrijd het zweet van zijn voorhoofd wegwisschen. Maar waar menschen en engelen wanhopen, weet God raad. Hij heeft, in Christus, als het pad naar den hemel dermate versperd was, dat niemand er op wandelen kon, of kans zag het begaanbaar te maken, een nieuwen en breeden weg derwaarts gebaand, korter en veiliger dan de eerste, waarop de dwaas zelfs

Sluiten