Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eeuwig verderf, waarin de duivelen gevallen zijn, zouden verwijzen! Hoe kon zijn Vader Hem aan ons geven? Ik weet het niet. Hoe kon Hij de gemeenschap met ons zoeken? Ik begrijp het niet. Maar het wonder is geschied, en er is in de liefde geene beweging, of zijne ingewanden zijn er door bewogen geworden. Is er medelijden met den ellendige in de liefde? Hij heeft het gehad. Is er begeerte naar vereeniging in de liefde? Zij heeft hem verteerd. Is er vaardigheid om zich op te offeren in de liefde? Hij heeft ons zijn leven gegeven. Is er vermaking over haar voorwerp in de liefde? Zijn lust is in menschenkinderen geweest. Ofschoon wij deze liefde nooit kunnen begrijpen, zoo stellen ons toch de natuurlijke genegenheden, die ons binnenste bewegen, eenigszins in staat, om ons van haar eene voorstelling te maken, zoodat wij God wel danken mogen, dat Hij, na onzen val, in ons eenige natuurlijke liefde heeft laten overblijven, die het ons mogelijk maakt, om, ten minste eenigszins, te gevoelen wat zijne liefde is. De duivelen toch weten niet eens wat liefde is, omdat zij geheel van liefde ontbloot zijn: want van wat men zelf niet is, kan men zich ook geen voorstelling maken. Maar wij worden geroepen om geestelijk lief te hebben, opdat ons datgene, wat wij van de natuurlijke liefde hooren, niet onverstaanbaar zou zijn. Als ik dan eene vrouw zie, die haren zuigeling koestert, een bruidegom, die over zijne bruid vroolijk is, een vriend, die voor zijnen vriend sterft, dan heb ik een flauw beeld van Jezus' liefde, dat bovendien zeer onvolkomen is, omdat op den dag toen Hij voor vijanden ging sterven, van Hem is gezien, wat nooit op aarde of in den hemel geschied is.

Toen toch heeft hij zich voor vijanden tot een zoenoffer overgegeven, van hetwelk wij kunnen zeggen dat het volkomen is, machtig om de zonde der gansche wereld weg te nemen.

Moet het een menschelijk offer zijn, welnu het is het. Jezus is waarachtig mensch, ons niet slechts gelijk, maar

Sluiten