Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of verloren gaat. \ andaar dat alle fabrieken met nachtploegen werken.

\ erbod van kinderarbeid wordt door alle rapporteurs „zeer goed mogelijk" en „zeer wenschelijk" geacht, wenschelijk vooral wegens de schadelijkheid van het bedrijf. Men is bovendien „van oordeel, dat een kind tot zijn 14e jaar op de schoolbanken hoort en in de frissche lucht, maar niet in de fabriek", waar het onderhevig is aan tal van kwade invloeden.

Beperking arbeidsduur van jeugdige personen. Even nood zakelijk als een verbod van kinderarbeid, wordt beperking van den arbeidsduur van jeugdige personen geacht. Wel meent een der rapporteurs dat practische doorvoering daarvan eerst mogelijk zal zijn bij een drieploegenstelsel, maar daar tegenover staat de resolute meening, dat een practische maatregel al aanstonds kan getroffen worden, n.1. door uit te vaardigen een verbod van nachtarbeid voor jeugdige personen tot hun 18e jaar. Daarmede zou dan wel gepaard gaan een loonsvermindering voor jongens van 16 tot 18 jaar, doch dit zou allerminst te betreuren zijn. De kinderen, die met hun 16e jaar nachtarbeid kunnen verrichten, hebben betrekkelijk hooge loonen. temeer daar thans nog tal van volwassen mannen des zomers buiten de fabriek werken en liever de lichamelijk meer krachten vorderende, maar toch gezonder land- en veldarbeid verrichten. De jongens blijven dan in de fabriek en doen mannenwerk voor een loon dat voor hun leeftijd hoog, doch voor het werk laag is. Vroegtijdige drinkpartijen zijn daarvan meermalen het gevolg, vooral omdat de nachtarbeid mèt de voor hunne krachten te zwaren arbeid alle lust en energie voor betere genoegens doodt.

Bezwaren tegen den 10-urigen arbeidsdag. De 10-urige arbeidsdag wordt mogelijk geacht voor de arbeiders buiten de fabriek, in de kleverij en in het pakhuis. Voor het andere deel dei arbeiders in de cartonindustrie, n.1. die welke werkzaam zijn bij de hakselmachine, haksel(koker)zolder, onder de kokers, bij de hollanders, in de banen, benevens voor stokers en machinisten, wordt een arbeidsdag van 10 uren onmogelijk geacht, omdat de productie in plaats van met 2 zeker wel met 4 uren zou worden verminderd. Het eerste en laatste carton dat afloopt is slecht; de arbeiders, die in de banen werken, moeten dan al dat slechte carton onder de gloeiend heete cilinders weghalen en zouden aldus hun arbeid aanmerkelijk verzwaard zien. Een sterker doorgevoerde verdeeling van den schafttijd zou ook al niet baten, omdat dan meerdere malen de boog over de cilinders moet worden gebracht, wat onmenschelijk werk is. Vermeerdering van personeel zou hierin niet kunnen voorzien, tenzij ook het aantal kokers, koldersteenen en ketels uitgebreid werd, en hier en daar een hakselmachine meer kwam. Een dergelijke vergrooting der fabrieken, gepaard gaande met ver-

Sluiten