Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kinderarbeid. De Vereeniging verklaart zonder aarzelen dat kinderarbeid in het bedrijf niet noodig is. Met het oog op de nadeelen aan de uitoefening van het beroep verbonden, acht zij verbod van kinderarbeid mogelijk en wenschelijk.

Ook nacht- en Zondagsarbeid zijn voor het bedrijf niet noodig, weshalve hun afschaffing mogelijk is.

Bezwaren tegen de invoering van den 10-urige» arbeidsdag worden door de Vereeniging niet geopperd; het spreekt vanzelf dat de invoering zou worden toegejuicht.

Zuivelindustrie.

45 afdeelingen van den Bond van Zuivelfabrieksarbeiders beantwoordden de vragenlijsten van het N. V. V'., en wel die te Achlum, Akkerwoude, Akkrum, Bartlehiem, Bergum, Bolsward, Bovenknijpe, Djokkum, Dokkumer Nieuwe-Z ijlen, Dronrijp, Ee, Giekerk, Groningen, Grouw. Grijpskerk. Harich, Haskerhorne, Havelte. H e m e 1 u m, H i 1 a a r d, Irnsum, J e 1 s u m, Koudum, Leeuwarden, Mar rum, Marssum, Munnekeburen, Oeterterp, Oldeboorn, Oosterzee, Roordahuizum, Scharnegoutum, Stiens, Surhuisterveen. Sybrandeburen, Ter wis pel, T wij zei, Tzum, War ga. W arte m, Wieuwerd, Winsum (Fr.), Wirdum, Wolvega en W o r k u m.

De door deze afdeelingen verstrekte gegevens betreffen 745 vaste en 32 losse mannelijke arbeiders, 33 arbeidsters en 13 kinderen, in totaal dus 810 volwassenen.

Behoudens een enkele uitzondering wordt de arbeid verricht, in al de genoemde plaatsen, in zoogenaamde coöperatieve fabrieken, waarin de betrokken arbeiders in dienst zijn der coöpereerende boeren die er hun melk heenbrengen, zonder dat die arbeiders eenig aandeel in deze soort instelling hebben.

De arbeidsduur van deze groep werklieden is, zooal niet onbegrensd, dan toch uiterst moeilijk te benaderen. R< gel is, zooals uit volgende overvloedige gegevens zal blijken, dat gedurende de gansche week, dus zeven dagen, wordt doorgearbeid, juist zoolang als het verwerken der aangevoerde grondstof, de melk, dit vordert van het personeel in vasten dienst, dat, blijkens de cijfers, slechts in de hoogste noodzakelijkheid met los personeel wordt aangevuld. In zóó sterke mate is dit „usantie", dat klaarblijkelijk nergens dan van een „toevallige" rustpooze sprake is. Dit geldt niet slechts voor hetgeen men in andere bedrijven gewend is de „gewone werkdagen" te noemen, maar ook voor den Zondag, die nagenoeg in geen enkele der fabrieken in eere wordt gehouden. De cijfers zullen een en ander nader aantoonen en bevestigen.

Sluiten