Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I <V* A Totale sterfte aan Sterfte van kleerma-

l.eettljd. deze ziekten kers aan deze ziekten

op 1000 personen. op 1000 kleermakers.

18—24 3.42 6.89

25—35 3.15 5.28

36—50 2.76 3.71

18—50 3.08 5.21

Wel worden deze cijfers niet „geheel" op rekening van de beroepsgevolgen gesteld, maar toch lezen wij op blz. 8i, dat de hooge mortaliteit van kleermakers een algemeen verschijnsel is. „De betrekkelijke sterfte aan tuberculose is overal hoog." Blijkens becijferingen geldt dit ook voor de hoofdstad des Rijks.

Terecht wordt er op gewezen dat deze gevolgen ook voor de consumenten van directe beteekenis zijn. „Breekt in het huis, (aldus op blz. 28) waarin de kleermaker een of meer vertrekken bewoont, of in zijn gezin, een besmettelijke ziekte uit, dan zal hij nalaten daarvan aan zijnen patroon mededeeling te doen." „Gevaar voor besmetting is dan niet denkbeeldig." Uit onze eigen lijsten blijkt dat deze toestanden nog steeds niet verbeterd zijn.

Kinderarbeid. De omvang van den kinderarbeid kan niet benaderd worden. Wel kan worden verklaard dat in alle branches een schier ongebreidelde kinderexploitatie in zwang is. Ook in de engros-fabri age is dit euvel ingeslopen en worden jongens en meisjes slechts met bepaalde onderdeelen van den arbeid belast. Op de ateliers der costuumnaaisters krioelt het van kinderen. Tot vaklieden worden deze zelden bekwaamd, en loon wordt bijna nooit verstrekt. De uitputting en overspanning waaronder de volwassenen zuchten, — aldus berichtten de kleermakers te Rotterdam, — geeselen ook de kinderen en jeugdige arbeidskrachten. Ook Alkmaar meent dat uit dien hoofde verbod van kinderarbeid en beperking van den arbeidsduur van jeugdige arbeiders en arbeidsters noodzakelijk en „geboden" is.

Bezwaren tegen den 10-urigen arbeidsdag. Ofschoon de afdeelingen zich de moeilijkheden van ingrijpen in de huisindustrie niet ontveinzen, wordt toch de invoering en handhaving van den 10-urigen arbeidsdag mogelijk geacht. De vrees bestaat echter dat bij de tegenwoordig geldende stukloonen geen behoorlijk weekloon te verdienen zou zijn. Ditzelfde bezwaar geldt voor de afschaffing van nacht- en Zondagsarbeid, die een zoo treurig gevolg hebben voor deze groote groepen proletariërs.

Sluiten