Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Bezwaren.

Dat de schandelijke arbeidsverhoudingen, in de voorgaande bladzijden beschreven, op de Nederlandsche arbeidersklasse in lichamelijk, geestelijk en moreel opzicht verwoestend werken, is voor geen tegenspraak vatbaar; en de eischen, thans aan den wetgever gesteld: beperking van den arbeidsduur tot 10 uren per etmaal en verbod, respectievelijk beperking van nacht- en kinderarbeid zijn zoo rechtmatig, dat ze slechts, zou men verwachten, verzet kunnen ontmoeten van de zijde dergenen, die met hun voelen en denken volkomen buiten het huidige maatschappelijke leven staan of die zich uitsluitend laten beheerschen door hun persoonlijk belang als werkgever of hun vermeend klassebelang.

Doch deze verwachting blijkt al te optimistisch. Onze eischen vinden tegenstand ook in ruimen kring van lieden, die niet willen gerekend worden tot de maatschappelijk afgestorvenen of tot de door klasse-egoïsme verblinden.

Op zich zelf beschouwd, zoo redeneeren zij, kunnen uwe eischen als volkomen rechtmatig worden erkend; maar de vraag is, of inwilliging niet afstuit op „overwegende bezwaren".

Aan deze vraag willen wij thans eenige aandacht wijden.

De eerste plaats wordt in den regel toegekend aan bezwaren van zuiver industrieelen, in het bijzonder van technischen aard. Aan deze schijnt immers zoo moeilijk te tornen, ze schijnen van zoo beslissende kracht. Zelfs de arbeiders gevoelen in het algemeen veel voor bezwaren van deze soort. Dit heeft zijn goede reden. Immers, hunne positie in het bedrijf, en daarmede hun bestaan, is ten zeerste afhankelijk van den gang van het arbeidsproces; wijzigingen in de techniek van het bedrijf kunnen hen ten deele overbodig maken, of wel de waarde van hunne arbeidskracht, voor zooverre die berust op vakkennis en bijzondere geschiktheid voor bepaalde werkzaamheden, verminderen.

Het materiaal om te beoordeelen of de bedrijven zelve beletselen stellen aan de doorvoering der gewenschte hervormingen is vervat in het overzicht van elk bedrijf afzonderlijk. Hier behoeft slechts in het kort te worden samengevat, wat de overzichten dienaangaande leeren.

In de eerste plaats kan dan worden vastgesteld, dat in een belangrijk aantal industrieën en vakken van bedrijfsbezwaren in bedoelden engeren zin, geen sprake is. Dit geldt in vollen omvang voor de bouwvakken, wat niet slechts bewezen wordt door

Sluiten