Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel eens wat hapert bij verzuim, om welke redenen dan ook, van sommige arbeiders, zoo kan men zich ongeveer een voorstelling maken, welk een schrikbarend aantal uren deze arbeiders per week werken.

De arbeiders, die in dag- en nachtploeg staan, hebben dus niet eenvoudig een werktijd van 12 uren; deze is de minimum-arbeidstijd. Nu is daar, weliswaar, de schafttijd onder begrepen, welke echter in den regel niet groot is en slechts bij uitzondering twee uren per dag bedraagt.

Doch hier dient met nadruk te worden vastgesteld, dat zelfs daar. waar de schafttijd formeel twee uren bedraagt, van een arbeidsdag van 10 uren, in den zin als wij dezen nastreven, geen sprake is.

Ook gedurende den schafttijd zijn de betrokken arbeiders in de overgroote meerderheid der gevallen aan de machine gebonden ; hun schafttijd kan ieder oogenblik onderbroken worden, ja schiet er vaak geheel bij in. Hij wordt ten deele, veelal geheel in de fabriek doorgebracht, van vrij-zijn is geen sprake; de schafttijd blijft tevens diensttijd.

Voor de arbeiders in deze continu-bedrijven kan bezwaarlijk de 10urendag worden doorgevoerd. Een redelijke arbeidsduur kan slechts verkregen worden door toepassing van het drie-ploegen-stelsel.

Deze oplossing behoeft evenwel slechts te worden aanvaard voor een gedeelte van het arbeidspersoneel dezer fabrieken, voor de zoogenaamde continu-werkers. In sommige bedrijven is dit gedeelte al zeer onbelangrijk, bijvoorbeeld in de meelfabrieken, suikerraffinaderijen, bierbrouwerijen, enz. Voor de groote groepen plaats- en magazijn-werkers en soortgelijke categoriën is de 10-urendag wèl doorvoerbaar. In tal van bedrijven, in het bijzonder in gasfabrieken en electrische centralen, is deze regeling: de 10-urendag voor de plaats-werkers en soortgelijke categoriën, de 8-urendag voor de continu-werkers, reeds doorgevoerd. Ook voor het machine-personeel kan slechts door de invoering van het drieploegenstelsel een gezonde toestand geschapen worden.

De vraag kan nu gesteld worden of invoering van het drieploegenstelsel de betrokken industriën niet te zwaar zou drukken. Deze vraag raakt echter niet de techniek van het bedrijf, het desbetreffende bezwaar is niet van zuiver industrieelen aard. Wij komen nu te spreken over de meer algemeene bezwaren, welke tegen de arbeiderseischen kunnen worden ingebracht.

Wij passeeren hier het in schijn deels industrieele bezwaar, dat het bij invoering van het drieploegenstelsel, in het bijzonder voor bepaalde industriën of bepaalde werkzaamheden, moeilijkheid zal opleveren een genoegzaam aantal geschoolde arbeiders op den vereischten tijd bijeen te krijgen, een bezwaar trouwens, dat ook in het algemeen tegen verkorting van arbeidstijd wordt te berde gebracht, waarbij er tevens op gewezen wordt, dat de werkgevers in kleine plaatsen te dien aanzien in ongunstige omstandigheden verkeeren.

Sluiten