Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men behoeft eenerzijds maar eenige aandacht te schenken aan den stand van de arbeidsmarkt, ook in tijden welke niet in het teeken der crisis staan, anderzijds aan de loonen en in het bijzonder aan de volslagen rechteloosheid van de continu-werkers, evenals van alle arbeiders en bovenal van het proletariaat in kleine plaatsen, men behoeft slechts te letten op de lichtvaardigheid, waarmede patroons zich van arbeiders, die ruggegraat toonen te bezitten, ontdoen, om zich ontslagen te kunnen rekenen van de taak, dit bezwaar, dat al te klaarblijkelijk door werkgevers is geïnspireerd, uitvoerig te gaan weerleggen.

De bezwaren van algemeenen aard, voor zoover ze ernstig zijn te nemen, kunnen zóó worden saamgevat: door de beperking van den arbeidsduur zal de hoeveelheid van den verrichten arbeid petetmaal (en per arbeider) verminderen. Daardoor zal de arbeider in zijn verdienste worden getroffen óf de productiekosten per eenheid-product zullen vermeerderen; vaak zullen zich beide gevolgen voelbaar maken. Loonverlies kan de arbeider niet lijden; het is de vraag of de industrie de zwaardere belasting kan dragen en of het concurrentievermogen der Nederlandsche industrie niet ernstig zal worden geschaad.

Het kan als een axioma worden beschouwd, dat, zoo tot dusverre een aanzienlijk aantal uren werd gewerkt, bij verkorting van den arbeidsduur de intensiteit van den gepresteerden arbeid zal toenemen. Onder het huidige loonstelsel wordt het arbeidsvermogen van den arbeider, hetzij hij werkt voor tijd- of stukloon, geheel uitgeput. De verkorting van arbeidsduur oefent op de lichamelijke kracht en de intelligentie van den arbeider een bij uitstek gunstigen invloed; hij kan nu in een beperkter tijd meer presteeren — en hij wordt genoodzaakt dit te doen, hetzij onder de onmiddellijke pressie van den werkgever of diens gemachtigde, hetzij bloot uithoofde van de afhankelijke positie, waarin hij als bezitlooze verkeert.

De Hollandsche arbeider weet, dat verhoogde intensiviteit van den arbeid het onvermijdelijke gevolg is van verkorting van den arbeidsduur. Toch greep de eisch van den wettelijker. 10-urendag onzen arbeiders dadelijk in het hart. Dit stelt eerst recht in het licht, aan welke praatjesmakerij de Inspecteur van den Arbeid zich schuldig maakte, die den indruk wilde vestigen, dat de Hollander verkiest „kalm aan lang te arbeiden, boven zich meer in te spannen gedurende korteren werktijd". Het „kalm aan" arbeiden is ook den Hollander al vreemd geworden. Wanneer hij echter, bij verkorting van arbeidsduur, in staat is, en derhalve ook genoodzaakt wordt, in zeker tijdsdeel meer te presteeren dan voorheen, zoo is dit het gevolg van den heilzamen invloed, welke deze verkorting op zijn lichaam en geest uitoefende.

Nu wordt twijfel geopperd of het nadeel, dat uit verkorting

Sluiten