Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mag in het algemeen, op grond van ruime ervaring, verwacht worden dat ten aanzien van de hoeveelheid produkt de verkorting van arbeidsduur ruimschoots zal worden opgewogen door de verhoogde intensiviteit van den arbeid, zoo bestaat geen enkele reden voor de voorgewende vrees, dat loonverlies voor den arbeider het gevolg zal zijn van doorvoering der gewenschte hervormingen. Ongetwijfeld zouden vele patroons, zoo de wetgever te dien opzichte geen afdoende maatregelen nam, trachten uit de verkorting van den werkdag een extra-voordeeltje te slaan en zouden in dat geval de vakvereenigingen handen vol werk hebben om vermindering van het totaal-loon te voorkomen. Zij, die loonverlies voor den arbeider voorspellen, sluiten evenwel hunne oogen voor het feit, dat de verdiensten van de Hollandsche arbeiders zóó erbarmelijk laag zijn, dat vermindering het bedrijf zou treffen door de sterke ondermijning van de levenskracht der arbeidersklasse, welke er het onvermijdelijk gevolg van zou zijn.

Het loon-bezwaar in dezen vorm kan slechts worden aangevoerd door degenen, die zich zonder reserve op het werkgeversstandpunt plaatsen. Dat doet o. a. de Inspecteur van den Arbeid, die betwijfelt of het personeel in rijstpellerijen en meelfabrieken, zoo niet langer dan 8 uren werk per etmaal zou worden verlangd, voor die geringe arbeidsprestatie wel een behoorlijk toereikend weekloon zou kunnen bedingen, „omdat de arbeid voor een groot gedeelte van dit personeel slechts bestaat in een toezicht op den gang der werktuigen". Om de ultra-reactionaire opvatting van dien adviseur in arbeidszaken, welke in dezen twijfel zoo kras tot uiting komt, op haar rechte waarde te kunnen schatten, brengen wij even in herinnering, dat volgens onze informaties de sporen van den afmattenden arbeid reeds in het uiterlijk duidelijker waarneembaar zijn bij dat gedeelte van het personeel van meelfabrieken, ,welks arbeid slechts bestaat in een toezicht op den gang der werktuigen", dan bij hen, die het magazijn- en plaatswerk, dus hoofdzakelijk sjouwwerk, verrichten.

Wij gevoelen ons genoopt als onze welgevestigde overtuiging uit te spreken, dat de verkorting van den arbeidsduur gepaard zal gaan, of juister leiden zal tot eene algemeene verhooging van de totaal-verdienste van den arbeider. De oorzaken, welke in den regel lange werktijden met lage loonen en korte werktijden met hooge loonen gepaard doen gaan, liggen voor de hand. Zij zullen ook in dit geval hetzelfde effect sorteeren.

De begrenzing van den arbeidsdag werkt uiterst weldadig op den arbeider, versterkt hem lichamelijk, geestelijk, moreel. Dit komt in de eerste plaats den afnemer van zijne arbeidskracht, dit komt de industrie ten goede. Maar met de verheffing van den arbeider stijgen zijne behoeften, ontwaakt of versterkt de drang naar lotsverbetering; de arbeider bindt den strijd aan voor verhooging van loon, medezeggingschap bij het vaststellen der arbeidsvoorwaarden, enz. Een sterke prikkel ontstaat voor de industrieelen

Sluiten