Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich er vroeger buiten gehouden, maar nu zij zooveel sterker zijn geworden, moeten zij wel werken ook voor direkte verbeteringen.

— De lezer die met het Marxisme niet onbekend is, ziet direkt wat hier mankeert: Troelstra onderscheidt niet tusschen hervormingen die uit de eigen kracht van de strijdende arbeiders voortkomen, en hervormingen die hun toebedeeld worden door de regeerende klasse of een van haar partijen. Deze laatste soort van hervormingen (waarvan het intusschen twijfelachtig is of ze ooit op eenigszins grooten voet ingevoerd zijn of zullen worden) kunnen slechts van reaktionairen aard zijn, en neerkomen op een algemeene en verhoogde armenbedeeling, niet-produktieve werkverschaffing, enz. Deze maatregelen zouden het broodsgebrek kunnen verminderen, wellicht, en den gang der revolutionaire ontwikkeling vertragen. De zelf bevochten hervorming, daarentegen, die niet maar leniging van den nood, onverschillig hoe, bedoelt, maar de verwezenlijking is van een eisch berustende op de kennis van het kapitalisme en zijn bewegingen, versterkt de aktie die haar heeft voortgebracht Zoo is er eenheid van hervorming en revolutie: geen revolutie anders dan door hervorming (geleidelijke en vreedzame of snelle en gewelddadige) en geen hervorming die niet een revolutionaire strekking heeft. Doch het opportunisme, dat alleen naar de onmiddelijke gevolgen kijkt, kan de beide soorten van hervormingen, de revolutionaire en de reaktionaire, niet uit elkaar houden, omdat de onmiddelijke gevolgen schijnbaar niet of weinig verschillen. De arbeiders krijgen het in ieder geval iets beter, dus zullen ze minder ontevreden zijn, enz.

Geen wonder, verder, dat iemand die zoo denkt, ook de onsocialistische tegenstelling van „theorie" en „leven"' aanvaart als de grondslag van zijn taktiek. Wat hier onder leven, of praktijk, of werkelijkheid wordt verstaan is niets anders dan het belang van het oogenblik. Er kan strijd zijn tusschen oogenblikkelijk en blijvend belang, zooals in het geval van de landarbeiders zeer duidelijk door de agrarische kommissie aangemerkt werd. Eenige stoffelijke verbetering zou hen van het socialisme terughouden en dus hunne duurzame en afdoende redding vertragen. Dit leert ons de theorie, de socialistische theorie, die de kennis van het kapitalisme is, van zijn ekonomische inrichting en zijn maatschappelijke strekkingen. Er kan geen strijd zijn tusschen de kennis van het kapitalisme en de aktie die verbeteringen beoogt. Er kan verschillende theorie zijn, en dus verschillende aktie. Maar iedere aktie zal op theorie, dat is op kennis moeten berusten Het opportunisme is echter afkeerig van de theorie, die, als de kennis van het kapitalisme in zijn geheel, van eiken maatregel vraagt wat hij op den duur zal uitwerken, en dus sommige maatregelen afkeurt, al zou de direkte nuttigheid inderdaad iets beteekenen. De theorie verwerpt het opportunisme niet, dus, omdat zij onverschillig is voor het leven of de beweging — onder de hitserijen tegen het Marxisme is ook reeds de bewering voorgekomen dat studeerkamer-geleerden de kreeten van dc arme menschen niet hooren!

— maar omdat de opportunistische maatregelen in strijd zijn met de eischen van het leven, van de kapitalistische werkelijkheid waarin wij leven. Er is niets zoo praktisch als de theorie, natuurlijk niet als

Sluiten